trum om u te helpen dit apparaat te bedie-
nen.
Verlengstuk van veiligheidsaf-
dekking gebruiken
Bij gebruik van het 3-bladige stalen mes
moet het verlengstuk van de veiligheidsaf-
dekking zijn ingeschoven.
Bij gebruik van de draadspoel moet het ver-
lengstuk van de veiligheidsafdekking uitge-
trokken zijn.
Benodigde gereedschappen en hulpmid-
delen
• Sleufschroevendraaier
Verlengstuk van veiligheidsafdekking in-
trekken (Fig. J)
1. Ontgrendel de vergrendeling (58) van het
verlengstuk van de veiligheidsafdekking
(27) met een sleufschroevendraaier.
2. Druk het verlengstuk van de veiligheids-
afdekking tot aan de aanslag omhoog.
De vergrendeling (58) van het verleng-
stuk van de veiligheidsafdekking (27) klikt
hoorbaar vast.
Veiligheidsafdekking verlengen (Fig. J)
1. Druk op de vergrendeling (58) van het
verlengstuk van de veiligheidsafdekking
(27) en schuif het verlengstuk van de vei-
ligheidsafdekking (27) zo ver mogelijk
naar beneden.
2. Trek het verlengstuk van de veiligheidsaf-
dekking (27) tot aan de aanslag omlaag.
De vergrendeling (58) van het verleng-
stuk van de veiligheidsafdekking (27) klikt
hoorbaar vast.
AANWIJZING! Reinig het verlengstuk en de
veiligheidsafdekking van het apparaat na elk
gebruik.
Oogje voor draagtuig
verschuiven/apparaat in
evenwicht brengen
Selecteer telkens de juiste positie van het
oogje voor het draagtuig, naargelang u de
draadspoel of het mes gebruikt.
Voorwaarden (Fig. K)
De trimmer die aan het draagtuig is beves-
tigd, moet worden gebruikt zonder deze met
de hand aan te raken,
➊ de draadspoel zachtjes op de bodem
leggen.
➋ het mes ongeveer 20 cm boven de bo-
dem balanceren.
Procedure (Fig. K)
1. Los de schroef (59) aan het oog (12) voor
de dubbele schouderriem. Draai de vleu-
gelschroef weer lichtjes vast.
2. Afhankelijk van het snijgereedschap ba-
lanceert u de trimmer volgens de boven-
staande criteria door het oog (12) op de
bovenste schachtbuis (20) te verplaatsen.
3. Draai de vleugelschroef (59) vast wanneer
de trimmer zich in de gewenste positie
bevindt.
Werken met de draadspoel
• Houd het apparaat op kleine grasperken
in een hoek van ongeveer 30° en beweeg
de maaikop gelijkmatig naar rechts en
links in een halfcirkelvormige beweging.
• De beste resultaten verkrijgt u bij een
maximale graslengte van 15 cm. Is het
gras hoger, dan raden we aan om het
gras in meerdere cycli te maaien.
• Om rond bomen, omheiningspalen of an-
dere hindernissen te maaien, gaat u met
het apparaat langzaam rond de hindernis
en maait u met de spits van de draad.
• Vermijd contact met vaste obstakels (bijv.
stenen, muren, pikethekken, enz.). Dit
doet de draad namelijk snel verslijten. Ge-
bruik de rand van de veiligheidsafdekking
om het apparaat op de juiste afstand te
houden.
VOORZICHTIG! Leg de maaikop niet op
de grond als het apparaat in werking is!
Maaidraad vieren
Uw apparaat is voorzien van een viermecha-
nisme met dubbele draad, m.a.w. beide dra-
den worden gevierd wanneer u met de maai-
kop op de grond tikt.
Procedure
1. Houd het ingeschakelde apparaat boven
een grasgebied en tik met de maaikop
enkele keren voorzichtig op de grond.
Op die manier wordt de draad langer ge-
maakt.
2. De draadsnijder (57) die in de zwarte vei-
ligheidsafdekking (26) is gevoegd, snijdt
de draad op de gewenste lengte af.
Wanneer de draaduiteinden niet meer
kunnen worden gevierd:
1. Schakel het apparaat uit.
2. Druk de spoel tot aan de aanslag en trek
krachtig aan het uiteinde van de draad.
NL
BE
91