ten bij het werken de gebruiksduur ver-
minderen.
15. Let op schadelijke onderdelen. Con-
troleer eerst het apparaat op schade en
slijtage voordat u het gebruikt of nadat
het apparaat een sterke schok heeft ge-
leden of is gevallen. Zijn er afzonderlijke
onderdelen beschadigd? Bij lichte scha-
de moet u zich ernstig afvragen of het
gereedschap nog goed en veilig zal func-
tioneren. Zorg voor de juiste uitlijning en
afstelling van bewegende delen. Grijpen
de delen juist op elkaar in? Zijn er delen
beschadigd? Is alles juist geïnstalleerd?
Is aan alle andere voorwaarden voor een
goede werking voldaan? Beschadigde
veiligheidsinrichtingen e.d. moeten op de
juiste wijze worden gerepareerd of ver-
vangen door daartoe bevoegde perso-
nen, tenzij in de gebruiksaanwijzing uit-
drukkelijk anders is aangegeven. Defec-
te schakelaars moeten door een erkend
bedrijf worden vervangen. Neem in geval
van reparatie contact op met een door
ons geautoriseerde klantenservice.
16. Zet de motor altijd uit voordat u aan-
passingen of onderhoud uitvoert. Dit
geldt vooral voor werkzaamheden aan de
draadspoel.
17. Gebruik alleen goedgekeurde onder-
delen. Gebruik voor onderhoud en re-
paratie uitsluitend identieke reserve-
onderdelen. Reserveonderdelen zijn
verkrijgbaar via onze online shop (zie
Reserveonderdelen en toebehoren,
Pag. 101).
WAARSCHUWING! Het gebruik van an-
dere maaikoppen en toebehoren en hulp-
stukken die niet uitdrukkelijk worden aan-
bevolen, kan leiden tot gevaar voor perso-
nen en voorwerpen. Het gereedschap mag
alleen worden gebruikt voor het doel waar-
voor het is bestemd. Elk misbruik wordt be-
schouwd als oneigenlijk gebruik. De gebrui-
ker is als enige verantwoordelijk voor scha-
de aan eigendommen en persoonlijk letsel
als gevolg van dergelijk oneigenlijk gebruik
en in geen geval de fabrikant. De fabrikant
kan niet aansprakelijk worden gesteld indien
zijn machines worden gewijzigd of oneigen-
lijk worden gebruikt en indien daaruit schade
voortvloeit.
Aanvullende veiligheidsvoor-
schriften
Om persoonlijk letsel en schade aan ei-
gendommen te voorkomen:
1. Let op! Houd handen en voeten altijd
uit de buurt van het maaigebied, vooral
wanneer u het apparaat start. Houd altijd
uw hand op het extra handvat vrij.
2. Houd het apparaat altijd met uw han-
den aan beide handgrepen vast. Houd
het apparaat altijd op een veilige afstand
van het lichaam en zorg voor een stabiele
lichaamshouding.
3. Draag steeds een veiligheidsbril.
4. Gebruik het toestel alleen bij daglicht of
wanneer een goede kunstverlichting mo-
gelijk is.
5. Gebruik het apparaat niet in de regen of
voor vochtig gras.
6. Controleer het toestel op eventuele scha-
de vóór gebruik of als gevolg van een
botsing. Repareer het indien nodig.
7. Gebruik het apparaat niet als de veilig-
heidsinrichtingen beschadigd zijn of niet
correct zijn aangebracht.
8. Zorg ervoor dat de ventilatiesleuven van
de motor, de beschermkap en de snij-in-
richting altijd vrij zijn van vuil of resten.
9. Zorg er tijdens de werkzaamheden altijd
voor dat er zich binnen een straal van ten
minste 15 m geen personen of dieren be-
vinden. Schakel het apparaat onmiddel-
lijk uit als iemand, vooral kinderen, bin-
nen het bereik van de machine komt. Bij
het gebruik van het apparaat kunnen
stenen en andere onderdelen worden
weggeslingerd, hetgeen ernstig letsel
kan veroorzaken.
10. Kom niet in de buurt van de bewegen-
de delen (in de buurt van de snij-inrich-
tingen) als het apparaat in werking is. Na
het uitschakelen draait de snijkop nog
enkele seconden verder.
11. Alvorens de machine te gebruiken, ver-
wijdert u stenen, takken en ander vast
materiaal uit het werkgebied. Start de
machine enkel zoals in de gebruiksaan-
wijzing beschreven. Het mag bij het star-
ten niet zijn omgedraaid of zich in een
werkpositie bevinden. Steek geen grind-
wegen of -paden over terwijl het appa-
raat draait.
12. Wees uiterst voorzichtig bij het verlengen
van de snijdraad. Er bestaat het risico op
NL
BE
85