5413060-Farbspritz-man.qxd
7. Schakel de verfspuit even in.
8. De ventilatiesleuven van het apparaat
netjes houden om oververhitting van
de motor te voorkomen. De behuizing
regelmatig met een zachte doek, het
best telkens na gebruik, reinigen. De
ventilatiesleuven moeten vrij van stof
en vuil zijn. Indien het vuil niet
loskomt, een zachte doek, die met
zeepsop bevochtigd is, gebruiken.
Nooit oplosmiddelen zoals benzine,
alcohol, ammoniak, enz. gebruiken.
Deze oplosmiddelen kunnen de
kunststofonderdelen aantasten.
OPGELET! Niet meer bruikbare
elektro- en accuapparaten horen
niet thuis bij het huishoudelijk afval!
Ze moeten overeenkomstig richtlijn
2002/96 EU voor afgedankte elektro-
en elektronische
apparatuur afzonderlijk
verzameld en naar een
milieuvriendelijk en
vakkundig
recyclingcentrum
gebracht worden.
Breng niet meer bruikbare elektrische
apparatuur naar een plaatselijk
inzamelpunt. Verpakkingsmaterialen
naar soort gescheiden inzamelen en
conform de plaatselijke bepalingen
afvoeren. Vraag voor details bij uw
gemeente na.
11 – Verhelpen van storingen
Het pistool spuit niet:
Er komt alleen maar lucht uit het
pistool, maar er wordt geen verf uit
het verfreservoir aangezogen.
Remedie: de luchtopening reinigen
(zie reinigingshandleiding).
02.02.2010 12:07 Uhr
De verf verloopt op het oppervlak:
De verf kan te dun zijn (kijk de
viscositeit na) of het spuitpistool wordt
te dicht tegen het oppervlak gehouden.
Het kan ook mogelijk zijn dat het pistool
te langzaam bediend wordt. Wijzig de
sproeihoek en de sproeiafstand.
De verf is te dun of droogt te snel:
De regelaar voor de hoeveelheid verf moet
afgesteld worden of het pistool moet
dichter tegen het oppervlak gehouden
worden. Bovendien kan het helpen, het
pistool langzamer te bedienen.
Strepen of ongelijkmatige
verfaanbrenging:
De overlappingtechniek bij het
verfspuiten wordt niet correct
uitgevoerd. Horizontale bewegingen op
het einde van de werkzaamheden
kunnen helpen.
Verfspatten en in elkaar vloeien van de
verfbanen:
De verf moet verdund worden (viscositeit
nakijken). Controleer ook, of de naald en
de verfsproeier vervuild zijn en of er verf
opgedroogd is. Alle onderdelen
zorgvuldig reinigen. Verder wordt
aanbevolen de luchtopening te reinigen.
Zeef de verf door een nylonkous als u
klonters of vuildeeltjes vaststelt.
„Golvende", ongelijkmatige
sproeistroom
Controleer alle hierboven beschreven
punten en in het bijzonder de
luchtopening.
Er komt verf aan het deksel van het
verfreservoir vrij:
De afdichtring in het deksel controleren,
bij sporen van slijtage de afdichtring
vervangen.
Seite 137
137