Als er schade of onregelmatigheden in de werking van het apparaat worden geconstateerd,
c)
moet het apparaat onmiddellijk worden uitgeschakeld en aan een bevoegd persoon worden
gemeld.
Als u twijfelt of het product goed werkt of als u schade constateert, neem dan contact op met
d)
het servicecentrum van de fabrikant.
Reparaties aan het apparaat kunnen alleen worden uitgevoerd door het servicecentrum van
e)
de fabrikant. Voer zelf geen reparaties uit!
In geval van brand of brand mogen alleen poeder- of sneeuwbrandblussers (CO 2 ) worden
f)
gebruikt om het onder spanning staande apparaat te doven.
Op de werkplek zijn geen kinderen of onbevoegde personen toegestaan. (Onoplettendheid
g)
kan ertoe leiden dat u de controle over het apparaat verliest.)
Herinner!
Bescherm kinderen en andere omstanders tijdens het gebruik van het
apparaat.
2.3.
Persoonlijke beveiliging
Het is verboden het apparaat te bedienen als u moe, ziek bent of onder invloed bent van
a)
alcohol, drugs of medicijnen die de bediening van het apparaat aanzienlijk beperken.
Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde
b)
fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten, of een gebrek aan ervaring en/of kennis, tenzij ze
onder toezicht staan of geïnstrueerd zijn door een persoon die verantwoordelijk is voor hun
veiligheid. over de bediening van het apparaat.
Wees voorzichtig en gebruik uw gezond verstand bij het bedienen van het apparaat. Een
c)
moment van onoplettendheid tijdens het werken kan leiden tot ernstig lichamelijk letsel.
Om onbedoelde inschakeling te voorkomen dient de schakelaar in de uit-stand te staan
d)
voordat u de stekker in het stopcontact steekt.
Plaats of leun geen voorwerpen en/of leun niet met uw lichaam tegen de deur van het
e)
apparaat.
Zorg ervoor dat er niets klem zit tussen de deur en de behuizing van het apparaat.
f)
Verwarm geen voedsel in gesloten containers. Een toename van de druk binnenin, veroorzaakt
g)
door een stijging van de temperatuur, kan explosies veroorzaken en leiden tot brandwonden
en lichaamsschade.
2.4.
Veilig gebruik van het apparaat
Overbelast het apparaat niet. Gebruik gereedschap dat geschikt is voor de toepassing. Een
a)
goed geselecteerd apparaat zal het werk waarvoor het is ontworpen beter en veiliger
uitvoeren.
Gebruik het apparaat niet als de AAN/UIT-schakelaar niet goed werkt (gaat niet aan of uit).
b)
Apparaten die niet met de schakelaar kunnen worden bediend, zijn gevaarlijk, kunnen niet
werken en moeten worden gerepareerd.
Ongebruikte apparaten moeten buiten het bereik van kinderen en mensen worden bewaard
c)
die niet vertrouwd zijn met het apparaat of deze gebruiksaanwijzing. De apparaten zijn
gevaarlijk in de handen van onervaren gebruikers.
Houd het apparaat in goede technische staat. Controleer vóór elk werk op algemene schade
d)
of schade die verband houdt met bewegende delen (scheuren in onderdelen en elementen of
andere omstandigheden die de veilige werking van het apparaat kunnen beïnvloeden). Laat bij
beschadiging het apparaat vóór gebruik repareren.
Houd het apparaat buiten het bereik van kinderen.
e)
Reparatie en onderhoud van apparaten moeten worden uitgevoerd door gekwalificeerde
f)
personen die uitsluitend originele reserveonderdelen gebruiken. Dit garandeert een veilig
gebruik.
Om de operationele integriteit van het apparaat zoals bedoeld te garanderen, mag u geen in
g)
de fabriek geïnstalleerde afdekkingen of schroeven verwijderen.
NL