De sensor geeft permanent de actueel gemeten sensorwaarden door. De reactie op
het over- en onderschrijden van de in de ontvanger ingestelde drempelwaarden is af-
hankelijk van de gebruikte ontvanger en de betreffende instelling van deze ontvanger.
Programmeertoets (rood)
Met deze toets kunt u de sensor in de programmeermodus programmeren.
Functie-/ bedieningstoets
Deze toets is voor instellingen bedoeld. In de normale modus worden achtereenvol-
gens verplaatsingscommando's in de volgorde INLOPEN - STOP - UITLOPEN - STOP
enz. omgezet.
Controlelampje
Het controlelampje dient voor visuele terugmeldingen, zoals het uitzenden van radio-
signalen. Na het totstandbrengen van de spanningsvoorziening, terwijl het apparaat
start, brandt dit lampje even groen.
Voor de ingebruikname is het vereist dat de sensor al op de montageplaats is gemon-
teerd. Een interne cel voor ingebruikname (batterij 9 V) ondersteunt deze fase totdat
deze volledig is afgesloten. Aansluitend kan deze cel worden verwijderd en de sensor
kan op de plaats van bestemming worden gemonteerd.
Op grond van slechte lichtomstandigheden, bijv. bij bewolkt weer, kan de ontvanger 's
nachts of 's ochtends een veiligheidsinloop uitvoeren.
Programmeermodus tot stand brengen
Deze stap is alleen vereist als een van de te programme-
ren apparaten nog geen onderdeel van de installatie is.
Bijvoorbeeld bij fabrieksnieuwe producten, apparaten uit
een andere installatie of bij producten die naar de fa-
brieksinstelling zijn teruggezet.
De dienovereenkomstige beschrijving kunt u vinden in de gebruiksaanwijzing van de
ontvanger.
CentronicPLUS sensor programmeren
Er zijn meerdere mogelijkheden om de sensor te programmeren:
• Met de programmeertoets op de sensor
• Met een SWCxxxPLUS zender
Functiebeschrijving
Sensor programmeren
53 - nl