9
De batterijen ver-
vangen
10
De batterijen opladen
Fig. 56: Voedingseenheid 9 V
Een lage batterijspanning wordt op het display
aangegeven met een batterijsymbool.
LET OP!
Zodra een batterijsymbool met een halfvolle batterij
verschijnt, moeten de batterijen in het batterijvak
aan de achterkant van het apparaat worden ver-
vangen.
•
Vervang de batterijen door 4 nieuwe AA mig-
noncellen (alkaline).
OPMERKING!
Als de batterijen vervangen zijn, is de opwarmtijd
na het inschakelen 3 minuten.
Het apparaat kan ook worden gebruikt met 4 AA-
batterijen.
Om de batterij op te laden, sluit je het appa-
•
raat aan op het lichtnet via de lichtnetadapter.
Steek hiervoor de stekker van de netadapter
in de aansluiting voor de netadapter aan de
onderkant van het apparaat, zie Fig. 1 onder-
deel 7.
Als het apparaat wordt ingeschakeld, knippert er
tijdens het opladen een batterijsymbool op het dis-
play. Zodra het opladen is voltooid, verdwijnt het
batterijsymbool van het scherm.
WAARSCHUWING!
Levensgevaar door elektrische stroom!
Raak de netstekker nooit met natte handen aan!
Houd de voeding uit de buurt van vocht!
Trek de voedingseenheid niet aan de kabel uit het
stopcontact, want deze kan scheuren!
Gebruik de voedingseenheid alleen als de op het
typeplaatje aangegeven elektrische spanning ove-
reenkomt met die van het stopcontact!
De batterijen kunnen worden opgeladen terwijl ze
in het apparaat zitten. Het apparaat kan worden
gebruikt terwijl de batterijen in het apparaat wor-
den opgeladen.
De batterijen vervangen
NL
93