NL
BE
Mulchkit verwijderen
1. Til de stootbeveiliging (5) op.
2. Neem de mulchkit (22) vast.
3. Druk de greep (26) voor het ontgrende-
len van de mulchkit (22) tezamen.
4. Til de mulchkit (22) uit de uitworp-
schacht.
Zijdelingse grasuitworp
(afb. G )
Bij gebruik van het zijdelingse uitworpka-
naal valt het gemaaide gras zijdelings op
het gazon.
Gebruik de zijdelingse grasuitworp
niet bij het mulchen.
1. Verwijder de grasopvangbak (13)
(zie „Grasopvangbak monteren/
verwijderen").
2. Breng de mulchkit (22) aan
(zei „Mulchkit").
Dit voorkomt dat het maaisel zich
ophoopt in de uitworpschacht.
3. Til de stootbeveiliging op de zijwaartse
uitworp (10) op.
4. Hang het zijdelings uitworpkanaal (21)
in.
5. Leg de stootbescherming neer aan de
zijdelingse uitworp (10). De stootbe-
scherming houdt het zijdelings uitworp-
kanaal (21) op z'n plaats.
In- en uitschakelen
(afb. H)
1. Steek de stekker van het netsnoer (23)
in het stopcontact (17) aan de beugel-
handgreep (1).
2. Voor de trekontlasting vormt u uit het
uiteinde van het netsnoer (23) een lus
en haakt u deze in de trekontlasting (2)
vast.
72
3. Sluit het apparaat op de netspanning
aan.
4. Let er vóór het inschakelen op dat het
apparaat geen voorwerpen raakt.
5. Druk op de ontgrendelknop (18) en
houd hem ingedrukt.
6. Trek de beugel (20) naar de beugel-
greep (1). U kunt de ontgrendelknop
(18) loslaten.
7. Om het apparaat uit te schakelen, laat
u de beugel (20) los.
na het uitschakelen van het
apparaat draait het mes nog
enkele seconden lang. Raak
het draaiende mes niet aan.
Er bestaat gevaar voor licha-
melijke letsels.
Wielaandrijving
(afb. H)
1. Schakel het apparaat in (zie „In- en
uitschakelen").
2. Wielaandrijving aan: Trek de aandrij-
vingbeugel (19) in de richting van de
beugelgreep (1). Het apparaat start.
3. Wielaandrijving uit: Laat de aandrij-
vingbeugel (19) los. Het apparaat blijft
staan.
Werken met de grasmaaier
Het regelmatige maaien zet de grasplant
tot een versterkte bladvorming aan, maar
laat tegelijkertijd onkruidplanten afsterven.
Daarom wordt het gazon telkens nadat er
gemaaid werd dichter en ontstaat er een
gelijkmatig belastbaar gazon. De eerste
snoeibeurt vindt plaats ongeveer vanaf
april bij een groeihoogte van 70 - 80 mm.
In de hoofdvegetatietijd wordt het gazon
minstens één keer per week gemaaid.