Herunterladen Diese Seite drucken

HP LaserJet Installation Seite 23

Vorschau ausblenden Andere Handbücher für LaserJet:
Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 10
B. Netwerkprinter en gedeelde printer
(client-server afdrukken)
De printer is aangesloten op het netwerk en is geïnstalleerd op een
netwerkserver. Het afdrukken wordt beheerd met de server.
Printserver
Clients
Aanbevolen voor grotere werkgroepen van meer dan 30
gebruikers. De instellingen van het printerstuurprogramma
van de client worden beheerd door de beheerder.
Hiervoor is een netwerkverbinding op de printer of een interne of
externe printserver vereist. Als er geen netwerkverbinding is,
moet u configuratie C gebruiken. Deze wordt hieronder
weergegeven.
Installatieoverzicht:
Hardware-installatie: sluit de printer rechtstreeks aan op
het netwerk met een netwerkkabel.
Start de cd die bij de printer is geleverd op de
servercomputer om afdrukken in te schakelen.
Vereiste informatie tijdens de installatie van de software:
Bepaal het hardware- of IP-adres van de printer. Deze
staat op pagina 2 van de configuratiepagina van de printer.
Geef een sharenaam op voor de printer.
Installatieprocedure:
1. Druk een configuratiepagina af en controleer het IP-adres op de
tweede pagina onder 'TCP/IP'. Zie voor meer informatie over het
afdrukken van de configuratiepagina de Gebruikershandleiding
op de cd Als het IP-adres 0.0.0.0 of 192.0.0.192 is, wacht u 5 tot
10 minuten en drukt u weer een configuratiepagina af. De
netwerksoftware moet een IP-adres toewijzen aan uw printer.
Als de software dat niet doet of als u een specifiek IP-adres wilt
toewijzen, gaat u naar de instructies aan het einde van dit
document.
2. Plaats de cd die bij de printer is geleverd. Het
installatieprogramma voor de software wordt automatisch
gestart. Klik op Printer installeren. Als het
installatieprogramma niet automatisch wordt gestart, gaat u
naar setup.exe in de hoofdmap van de cd en dubbelklikt u
hierop; vervolgens klikt u op Printer installeren.
3. Selecteer de taal die u wilt gebruiken in het hulpprogramma en
accepteer de Gebruiksrechtovereenkomst.
4. Selecteer Via het netwerk in het venster Printeraansluiting.
5. Selecteer Standaardnetwerkinstallatie voor een computer of
server in het venster Netwerkinstallatie.
6. Geef de printer op door te zoeken of een hardware- of IP-adres
op te geven in het venster Printer identificeren. In de meeste
gevallen wordt een IP-adres toegewezen, maar u kunt dit later in
stap 8 wijzigen.
7. Als u het IP-adres hebt opgegeven, wordt u gevraagd of u dit
adres aan deze printer wilt toewijzen. Als u naar printers zoekt,
wordt u gevraagd om één van de gevonden printers te kiezen
om het adres aan toe te wijzen.
8. In het dialoogvenster voor het bevestigen van de instellingen
kunt u het IP-adres van de printer wijzigen door op de optie voor
het wijzigen van de TCP/IP-instellingen te klikken.
9. Selecteer het model van de printer.
10. Als u de standaardsoftware wilt installeren, selecteert u
Standaardinstallatie. Als u de te installeren software wilt
selecteren, kiest u Aangepaste installatie.
11. Geef de printer een naam die moet worden gebruikt in de map
Printers.
NLWW
12. Selecteer Gedeeld als in het venster Printer delen en geef de
printer een sharenaam.
13. Als u de printer deelt met andere computers waarop andere
besturingssystemen worden uitgevoerd dan op de computer die
u gebruikt, moet u de stuurprogramma's voor die
besturingssystemen selecteren in het venster Ondersteuning
van het stuurprogramma voor clients.
14. Voor Windows 2000 en XP kunt u desgewenst een locatie en
Printer
een beschrijving opgeven.
15. Wacht tot de installatie is voltooid.
C. Gedeelde printer die rechtstreeks is
aangesloten (client-server afdrukken)
De printer is aangesloten op een computer met een parallelle of
USB-kabel en is gedeeld met andere computers of clients via het
netwerk.
Printserver
Aanbevolen voor printers zonder netwerkverbinding.
De printer moet rechtstreeks zijn aangesloten op een computer
met een parallelle of USB-kabel.
Installatieoverzicht:
Start de cd die bij de printer is geleverd op de
servercomputer om afdrukken in te schakelen.
Hardware-installatie: sluit de printer rechtstreeks aan op de
computer met een parallelle of USB-kabel.
Vereiste gegevens tijdens de software-installatie: geef de printer
een sharenaam.
Installatieprocedure:
1. Plaats de cd die bij de printer is geleverd. Het
installatieprogramma voor de software wordt automatisch
gestart. Klik op Printer installeren. Als het installatieprogramma
niet automatisch wordt gestart, gaat u naar setup.exe in de
hoofdmap van de cd en dubbelklikt u hierop; vervolgens klikt u
op Printer installeren. Sluit de printer niet aan op de computer
tot hierom wordt gevraagd door het installatieprogramma.
2. Selecteer de taal die u wilt gebruiken in het hulpprogramma en
accepteer de Gebruiksrechtovereenkomst.
3. Selecteer Rechtstreeks op deze computer in het venster
Printeraansluiting.
4. Selecteer de kabel die is gebruikt voor de aansluiting op de
computer in het venster Connectortype.
5. Selecteer het model van de printer.
6. Als u de standaardsoftware wilt installeren, selecteert u
Standaardinstallatie. Als u de te installeren software wilt
selecteren, kiest u Aangepaste installatie.
7. Geef de printer een naam die moet worden gebruikt in de map
Printers.
8. Selecteer Gedeeld als in het venster Printer delen en geef de
printer een sharenaam.
9. Als u de printer deelt met andere computers waarop andere
besturingssystemen worden uitgevoerd dan op de computer
die u gebruikt, moet u de stuurprogramma's voor die
besturingssystemen selecteren in het venster Ondersteuning
van het stuurprogramma voor clients.
10. Voor Windows 2000 en XP kunt u desgewenst een locatie en
een beschrijving opgeven.
11. Wacht tot de installatie is voltooid.
Printer
Clients
2
loading