Herunterladen Diese Seite drucken

HP LaserJet Installation Seite 22

Vorschau ausblenden Andere Handbücher für LaserJet:
Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 10
Installatiehandleiding voor printers in een netwerk en gedeelde printers
in Windows
U kunt het beste het software-installatieprogramma van HP vanaf
de cd gebruiken om de printerstuurprogramma's te installeren voor
de netwerkconfiguraties die hier worden beschreven. Het
installatieprogramma staat op de cd die is geleverd bij de printer.
U hoeft geen extra printersoftware te installeren als u dit
installatieprogramma gebruikt.
U kunt deze configuraties ook instellen met de wizard Printer
toevoegen, maar instructies voor deze werkwijze worden hier
niet gegeven. Raadpleeg de gebruikershandleiding op de cd
bij de printer voor deze instructies en voor meer informatie over
het gebruik van het installatieprogramma. Instructies voor
andere besturingssystemen kunt u hier ook vinden. In
de beheerdershandleiding voor HP Jetdirect en in
de installatieopmerkingen vindt u ook meer informatie.
Deze staan ook op de cd.
Mogelijke netwerkconfiguraties
Vier mogelijke netwerkprinterconfiguraties:
A. Netwerkprinterconfiguratie (directmodus of peer-to-peer
afdrukken)
B. Netwerkprinter en gedeelde printer (client-server afdrukken)
C. Gedeelde printer die rechtstreeks is aangesloten (client-server
afdrukken)
D. Clientinstallatie
In de volgende gedeelten vindt u informatie over elke
netwerkconfiguratie en algemene installatiegegevens.
A. Netwerkprinterconfiguratie
(directmodus of peer-to-peer afdrukken)
De printer is rechtstreeks aangesloten op het netwerk en alle
computers of clients drukken rechtstreeks af naar deze printer.
Clients
Aanbevolen voor groepen van tien tot twintig gebruikers of
kleine bedrijven.
Hiervoor is een netwerkverbinding op de printer of een interne of
externe printserver vereist. Als deze niet aanwezig is, moet u
configuratie C gebruiken. Deze wordt hieronder weergegeven.
Installatieoverzicht:
Hardware-installatie: sluit de printer rechtstreeks aan op
het netwerk met een netwerkkabel.
Start de cd die bij de printer is geleverd en voer de
onderstaande procedure uit voor elke computer om
afdrukken mogelijk te maken.
Vereiste gegevens tijdens de software-installatie:
printerhardware of IP-adres verkregen van pagina 2 van
de configuratiepagina van de printer.
1
Printer
Installatieprocedure:
1. Druk een configuratiepagina af en controleer het IP-adres op de
tweede pagina onder 'TCP/IP'. Zie voor meer informatie over het
afdrukken van de configuratiepagina de Gebruikershandleiding
op de cd. Als het IP-adres 0.0.0.0 of 192.0.0.192 is, wacht u 5
tot 10 minuten en drukt u weer een configuratiepagina af. De
netwerksoftware moet een IP-adres toewijzen aan uw printer.
Als de software dat niet doet of als u een specifiek IP-adres wilt
toewijzen, gaat u naar de instructies aan het einde van dit
document.
2. Plaats de cd die bij de printer is geleverd. Het
installatieprogramma voor de software wordt automatisch
gestart. Klik op Printer installeren. Als het
installatieprogramma niet automatisch wordt gestart, gaat u
naar setup.exe in de hoofdmap van de cd en dubbelklikt u
hierop; vervolgens klikt u op Printer installeren.
3. Selecteer de taal die u wilt gebruiken in het hulpprogramma en
accepteer de Gebruiksrechtovereenkomst.
4. Selecteer Via het netwerk in het venster Printeraansluiting.
5. Selecteer Standaardnetwerkinstallatie voor een computer of
server in het venster Netwerkinstallatie.
6. Geef de printer op door te zoeken of een hardware- of IP-adres
op te geven in het venster Printer identificeren. In de meeste
gevallen wordt een IP-adres toegewezen, maar u kunt dit later in
stap 8 wijzigen.
7. Als u het IP-adres hebt opgegeven, wordt u gevraagd of u dit
adres aan deze printer wilt toewijzen. Als u naar printers zoekt,
wordt u gevraagd om één van de gevonden printers te kiezen
om het adres aan toe te wijzen.
8. In het dialoogvenster voor het bevestigen van de instellingen
kunt u het IP-adres van de printer wijzigen door op de optie voor
het wijzigen van de TCP/IP-instellingen te klikken.
9. Selecteer het model van de printer.
10. Als u de standaardsoftware wilt installeren, selecteert u
Standaardinstallatie. Als u de te installeren software wilt
selecteren, kiest u Aangepaste installatie.
11. Geef de printer een naam die moet worden gebruikt in de map
Printers.
12. Selecteer Niet gedeeld in het venster Printer delen.
13. Geef een locatie en desgewenst beschrijvende informatie op.
14. Wacht tot de installatie is voltooid.
NLWW
loading