LeT oP:
uitsluitend wanneer de rookmelder
zich op de voorziene plek bevindt,
schoon en onbeschadigd is en
aanstaat, kan hij zijn eventueel
levensreddende functie uitoefenen.
COnTrOle en OnDerhOUD
Deze rookmelder controleert zelfstan-
dig iedere seconde zijn staat van
dienst. Het apparaat past bovendien
de gevoeligheid van het detectieme-
chanismeautomatisch aan de omge-
ving aan.
wanneer de batterij bijna leeg is of
wanneer de sensoren zodanig ver-
vuild zijn, dat verdere aanpassing aan
Controlesignaal
laten klinken
de omstandigheden niet meer
mogelijk is, zal de rookmelder dit in
een vroeg stadium te kennen geven,
zodat u voldoende tijd heeft om het
apparaat te vervangen.
Let er op, dat de luchtinlaten aan de
buitenrand van de rookmelder niet
door stof, vuil, verf of plakband enz.
afgesloten zijn!
Om er zeker van te zijn, dat de
rookmelder juist functioneert, dient u
de werking van het apparaat regel-
matig, minstens een keer per maand,
te controleren door de test-/stopknop
(IV) in te drukken waarnaa het
testalarm zal klinken. let er daarbij
op, dat de rookmelder onbeschadigd
is en goed vast zit aan het plafond.
Stop: Het alarm
tijdelijk uitschakelen
of onderdrukken.
– 55 –