Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken

Bosch Heavy Duty GCM 305-216 D Professional Originalbetriebsanleitung Seite 97

Inhaltsverzeichnis

Werbung

Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 1
Bewerk geen kromgetrokken werkstukken. Het werkstuk
moet altijd een rechte rand hebben om tegen de aanslagrail
te leggen.
Ondersteun lange en zware werkstukken door er iets onder
te leggen.
Zorg ervoor dat de pendelbeschermkap correct werkt en vrij
kan bewegen. Als de gereedschaparm omlaag wordt bewo-
gen, moet de pendelbeschermkap opengaan. Als de gereed-
schaparm omhoog wordt bewogen, moet de pendelbe-
schermkap boven het zaagblad weer sluiten en in de boven-
ste positie van de gereedschaparm vergrendelen.
Positie van de gebruiker (zie afbeelding N)
Ga niet op één lijn met het zaagblad vóór het elektri-
u
sche gereedschap staan, maar altijd opzij van het
zaagblad. Zo is uw lichaam beschermd tegen een moge-
lijke terugslag.
– Houd uw handen, vingers en armen uit de buurt van het
ronddraaiende zaagblad.
– Kruis uw handen niet vóór de gereedschaparm.
Zagen met afkortbeweging
– Voor zagen met behulp van de afkortvoorziening (2) (bre-
de werkstukken) draait u de vastzetschroef (1) los, als
deze is vastgedraaid.
– Indien nodig stelt u de gewenste horizontale en/of verti-
cale verstekhoek in.
– Duw het werkstuk stevig tegen de aanslagrails (27) en
(28).
– Zet het werkstuk overeenkomstig de afmetingen vast.
– Trek de gereedschaparm zover van de aanslagrail (27)
weg tot het zaagblad zich vóór het werkstuk bevindt.
– Schakel het elektrische gereedschap in.
– Beweeg de gereedschaparm met de handgreep (9) lang-
zaam omlaag.
– Duw nu de gereedschaparm in de richting van de aansla-
grails (27) en (28) en zaag het werkstuk met een gelijk-
matige voorwaartse beweging door.
– Schakel het elektrische gereedschap uit en wacht tot het
zaagblad helemaal tot stilstand is gekomen.
– Beweeg de gereedschaparm langzaam omhoog.
Zagen zonder afkortbeweging (kappen) (zie
afbeelding O)
– Voor zagen zonder afkortbeweging (kleine werkstukken)
draait u de vastzetschroef (1) los, als deze is vastge-
draaid. Schuif de gereedschaparm tot aan de aanslag in
de richting van de aanslagrail (27) en draai de vastzet-
schroef (1) weer vast.
– Indien nodig stelt u de gewenste horizontale en/of verti-
cale verstekhoek in.
– Duw het werkstuk stevig tegen de aanslagrails (27) en
(28).
– Zet het werkstuk overeenkomstig de afmetingen vast.
– Schakel het elektrische gereedschap in.
– Beweeg de gereedschaparm met de handgreep (9) lang-
zaam omlaag.
Bosch Power Tools
– Zaag het werkstuk met een gelijkmatige voorwaartse be-
weging door.
– Schakel het elektrische gereedschap uit en wacht tot het
zaagblad helemaal tot stilstand is gekomen.
– Beweeg de gereedschaparm langzaam omhoog.
Aanwijzingen voor werkzaamheden
Zaaglijn markeren (zie afbeelding P)
Twee laserstralen geven de zaagbreedte van het zaagblad
aan. Daardoor kunt u het werkstuk voor het zagen nauwkeu-
rig in de juiste positie plaatsen zonder de pendelbescherm-
kap te openen.
– Schakel de laserstralen met de schakelaar (6) in.
– Stel uw markering op het werkstuk af langs de beide la-
serstralen.
Aanwijzing: Controleer vóór het zagen of de zaagbreedte
nog correct aangegeven wordt Laser afstellen. De laserstra-
len kunnen worden versteld, bijvoorbeeld door de trillingen
bij intensief gebruik.
Toegestane werkstukafmetingen
Maximale werkstukken:
Horizontale ver-
Verticale verstek-
stekhoek
hoek
45° (links/rechts)
45° (links)
45° (links)
45° (rechts)
45° (rechts)
45° (links)
45° (rechts)
Minimale werkstukken (= alle werkstukken die met de mee-
geleverde lijmklem (41) links of rechts van het zaagblad kun-
nen worden vastgezet): 100 x 40 mm (lengte x breedte)
Maximale zaagdiepte (0°/0°): 66 mm
Diepteaanslag instellen (groef zagen) (zie afbeelding Q)
De diepteaanslag moet versteld worden, wanneer u een
groef wilt zagen.
– Draai de diepteaanslag (39) naar voren.
– Draai de gereedschaparm aan de handgreep (9) in de ge-
wenste positie.
– Verdraai de afstelschroef (38) tot het schroefuiteinde de
diepteaanslag (39) raakt.
– Beweeg de gereedschaparm langzaam omhoog.
Werkstukken van gelijke lengte zagen (zie afbeelding R)
Voor het eenvoudig zagen van werkstukken van gelijke leng-
te kunt u de linker of rechter lengte-aanslag (36) gebruiken.
– Draai de lengte-aanslag (36) naar boven.
– Stel de zaagtafelverlenging (25) op de gewenste werk-
stuklengte in.
Speciale werkstukken
Zet vooral gebogen of ronde werkstukken voor het zagen
goed vast, zodat deze niet kunnen wegglijden. Bij de zaaglijn
Nederlands | 97
Hoogte x breedte
[mm]
66 x 305
66 x 215
42 x 215
20 x 215
42 x 305
20 x 305
1 609 92A 8HY | (24.03.2023)

Werbung

Inhaltsverzeichnis
loading

Inhaltsverzeichnis