Nederlands
kan er gevaar voor ongelukken of schade aan
het motorapparaat bestaan.
STIHL adviseert origineel STIHL gereedschap en
toebehoren te monteren. Deze zijn qua eigen‐
schappen optimaal op het product en de eisen
van de gebruiker afgestemd.
Geen wijzigingen aan het motorapparaat aan‐
brengen – uw veiligheid kan hierdoor in gevaar
worden gebracht. Voor persoonlijke en materiële
schade die door het gebruik van niet-vrijgegeven
aanbouwapparaten wordt veroorzaakt is STIHL
niet aansprakelijk.
Voor het reinigen van het motorapparaat geen
hogedrukreiniger gebruiken. Door de harde
waterstraal kunnen onderdelen van het motorap‐
paraat worden beschadigd.
3.1
Kleding en uitrusting
De voorgeschreven kleding en uitrusting dragen.
Geen kleding dragen waarmee men
aan takken, struiken of de bewe‐
gende delen van het apparaat kan
blijven haken. Ook geen sjaal, das en
sieraden dragen. Lang haar zodanig
in een knot dragen en beveiligen, dat
het zich boven de schouders bevindt.
Zie ook de aanwijzingen met betrekking tot "Kle‐
ding en uitrusting" in de handleiding van het
gebruikte combigereedschap.
3.2
Motorapparaat vervoeren
Altijd de motor afzetten.
In auto's: het motorapparaat zo beveiligen dat
het niet kan omvallen, worden beschadigd en er
ook geen benzine uit kan lopen
Zie ook de aanwijzingen voor "Motorapparaat
vervoeren" in de handleiding van het gebruikte
combigereedschap.
42
3 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek
3.3
Tanken
Benzine is bijzonder licht ontvlambaar
– uit de buurt blijven van open vuur –
geen brandstof morsen – niet roken.
Voor het tanken de motor afzetten.
Niet tanken zolang de motor nog heet is – de
benzine kan overstromen – brandgevaar!
De tankdop voorzichtig losdraaien, zodat de
heersende overdruk zich langzaam kan afbou‐
wen en er geen benzine uit de tank kan spuiten.
Uitsluitend op een goed geventileerde plek tan‐
ken. Als er benzine werd gemorst, het motorap‐
paraat direct schoonmaken – de kleding niet in
aanraking laten komen met de benzine, anders
direct andere kleding aantrekken.
Na het tanken de tankdop zo vast
mogelijk aandraaien.
Hierdoor wordt het risico verkleind dat de tank‐
dop door de motortrillingen losloopt en er ben‐
zine wegstroomt.
Op lekkages letten – als er benzine naar buiten
stroomt, de motor niet starten –levensgevaar
door verbranding!
3.4
Voor het starten
Het motorapparaat op technisch goede staat
controleren – het desbetreffende hoofdstuk in de
handleiding in acht nemen:
– Het brandstofsysteem op lekkage controleren,
vooral de zichtbare onderdelen zoals bijv. de
tankdop, slangaansluitingen, hand-benzine‐
pomp (alleen bij motorapparaten met hand-
benzinepomp). Bij lekkages of beschadiging
de motor niet starten – brandgevaar! Het
apparaat voor de ingebruikneming door een
geautoriseerde dealer laten repareren
– De combinatie van snijgarnituur, bescherm‐
kap, handgreep en draagstel/draagriem moet
zijn vrijgegeven, alle onderdelen correct
gemonteerd
– De stopschakelaar moet gemakkelijk kunnen
worden bediend
– De draaiknop voor startgas, gashendelblokke‐
ring, gashendel en stelknop moeten gemakke‐
lijk te verdraaien zijn – de gashendel moet
automatisch terugveren in de stationaire
stand. Vanuit de stand g moet de draaiknop
voor het startgas bij het gelijktijdig indrukken
van de gashendelblokkering en de gashendel
terugveren in de werkstand F
0458-467-9421-C