3
INSTALLATIE
3.1
ALGEMEEN_______________________________________________________________
De set-up en het testen van de eenheid moet altijd
uitgevoerd worden door een gekwalificeerd technicus die
bekend is met de werking van het apparaat.
Lees alle instructies volledig door en zorg ervoor dat u ze
begrijpt, voordat u met de montage begint. Blijf alert op
mogelijke gevaren en volg alle veiligheidsmaatregelen
op.
De kanten RECHTS, LINKS, VOOR en ACHTER van de
machine worden bepaald vanaf de bestuurdersstoel naar
voren gericht.
3.2
EERSTE MONTAGE ________________________________________________________
!
WAARSCHUWING
Zorg dat de maaier op een stevige en vlakke
ondergrond geparkeerd is. Werk nooit aan een maaier
die alleen door een krik wordt ondersteund. Gebruik
altijd kriksteunen.
1. Controleer de banden op de juiste spanning. De
banden zijn extra opgepompt voor transport.
Maaier:
Voor - 110-138 kPa
Achter - 69-83 kPa
Dek - 138-173 kPa
2. Controleer de accuverbindingen
Wees
er
absoluut
contactschakelaar in de stand "UIT" staat en dat het
sleuteltje is verwijderd voordat u onderhoud pleegt
aan de accu.
!
VOORZICHTIG
Gebruik
altijd
geïsoleerd
oogbescherming of een bril en draag beschermende
kleding als u aan de accu werkt. U moet de instructies
van de accufabrikant lezen en opvolgen.
Controleer de accupolariteit voordat u de accukabels
aansluit of los haalt.
Sluit, bij het installeren van de accu, altijd eerst de
RODE, positieve (+) accukabel aan en de ZWARTE,
negatieve (-) grondkabel als laatste.
Zorg ervoor dat de accu op de juiste manier is
geïnstalleerd en bevestigd in de accubak.
3.3
BEDIENINGSCONTROLES __________________________________________________
zeker
van
dat
de
gereedschap,
draag
Accessoires die niet bij dit product zijn bijgeleverd,
moeten apart worden besteld. Zie de bijgeleverde
instructies voor de installatie en onderdelen van de
accessoires.
!
VOORZICHTIG
Probeer de tractor niet te bedienen, tenzij u bekend
bent met dit type apparaat en weet hoe u de
regelingen op de juiste manier moet bedienen.
Maak alle kabels stevig vast aan de accupolen en
voeg een lichte coating van diëlektrische siliconenvet
toe aan de polen en kabeluiteinden om roest te
voorkomen.
Houd
poolkapjes op hun plek.
3. Verwijder de banden die het voordek beveiligen en
brenghet voordek omlaag.
4. Controleer of het voordek op gelijke hoogte is
ingesteld. [Sectie 4.12]
5. Stel de maaihoogte in op de wensen van de klant.
[Sectie 4.11]
6. Controleer de motorolie en vul de brandstoftank.
Start de motor.
!
WAARSCHUWING
Bedien de motor nooit zonder de juiste ventilatie.
Uitlaatgassen kunnen dodelijk zijn bij inhalatie.
LET OP
Laat de motor ten minste een minuut stationair
draaien voordat u de maaier bedient.
Laat de motor bij het starten bij temperaturen van
onder de 4° C gedurende vijf minuten stationair
draaien om schade aan de motor of het hydraulische
systeem te voorkomen.
7. Breng linkervleugelarmen omhoog tot de volledig
omhooggebrachte stand.
8. Verwijder de transportbanden, maak de vleugel-
transportgrendels los en laat de vleugelmaaiers op
de grond zakken. Als de maaiers niet omlaagge-
bracht kunnen worden, stelt u de gewichtsover-
brengingsknop indien nodig af. [Sectie 4.5]
INSTALLATIE
de
ventilatiebedekking
3
en
nl-15