2
BEDIENINGSELEMENTEN
C. Snelheidsstop maaien
Deze beperkt de voorwaartse snelheid tijdens het
maaien. Om de machine op een lagere rijsnelheid te
bedienen tijdens het maaien, draait u hendel (Stand
C
) zodanig dat hij contact maakt met de stopschroef
1
op de vloerplank als de pedaal voor vooruitrijden
wordt ingedrukt. Om de machine op volledige
snelheid te laten rijden, zet u de hendel in de stand
zoals getoond (Stand C
op specifieke maaisnelheden afgesteld worden. Zie
Sectie 8.4.
D. Gewichtsoverbrenging
Deze wordt gebruikt om de gronddruk van de
maaidekken af te stellen. Zie Sectie 8.13.
E. Kantelhendel zitting
Deze wordt gebruikt om de hoek van de rugleuning
af te stellen. Trek de hendel omhoog en kantel de
rugleuning in de gewenste stand. Laat de hendel los
om de zitting in deze stand te vergrendelen.
F. Transportvergrendeling
Deze wordt gebruikt om te voorkomen dat de
vleugelmaaieenheden per ongeluk losraken tijdens
vervoer.
G. Claxon/testschakelaar
Deze wordt gebruikt voor de claxon en voor het
testsysteem van de waarschuwingslichten. Druk de
schakelaar in en de claxon is te horen en alle
waarschuwingslichten, behalve van de gloeibougie,
motorolie en ladingdruk, moeten aan gaan.
nl-10
).. De stopschroef (C
) kan
3
2