Als u lawaai hoort:
Het koelgas dat in het koelcircuit stroom kan een licht geruis veroorzaken (borrelend
geluid), zelfs als de compressor niet werkt. Maak u geen zorgen, dit is volledig normaal.
Als u andere geluiden hoort, controleert u of:
• Of het apparaat correct genivelleerd is.
• Niets de achterzijde raakt.
• Het apparaat trilt.
Als er water aanwezig is in de bodem van de koelkast:
Controleer:
De draineeropening voor het dooiwater niet verstopt is (gebruik draineer ontstopper om
de opening schoon te maken).
Als u koelkast onvoldoende afkoelt;
Uw koelkast is ontworpen om te werken bij kamertemperatuur intervallen vermeld in de
normen, op basis van de klimaatklasse vermeld in de informatietabel. We raden af uw
koelkast te gebruiken buiten de vermelde temperatuurwaarden met betrekking tot de
efficiëntie van de koeling.
Aanbevelingen
• Om de ruimte te vergroten en het uiterlijk te verbeteren, is de "koelsectie" van de
koelkasten binnen in de achterwand van het koelvak geplaatst. W anneer het apparaat
in werking is, is deze wand bedekt met vorst of waterdruppels, wanneer de compressor
werkt. Maak u geen zorgen. Dit is volledig normaal. Het apparaat moet enkel ontdooid
worden als een te dikke ijslaag gevormd wordt op de wand.
• Als u het toestel gedurende een lange periode niet gebruikt (bijvoorbeeld tijdens de
vakantiemaanden). Schakel de thermostaat op 0. Ontdooi en reinig de koelkast
met de deur open om schimmel en onaangename geuren te vermijden.
Conformiteitsinformatie
• Dit apparaat is ontworpen voor gebruik bij een omgevingstemperatuur binnen een
bereik van 16°C – 32°C.
• Het apparaat werd ontworpen in conformiteit met de EN62552, IEC60335-1 /
IEC60335-2-24, 2004/108/EC normen.
Klimaatklasse
T
ST
N
SN
NL - 63 -
Omgevingstemperatuur C°
Tussen 16 en 43. C°
Tussen 16 en 38. C°
Tussen 16 en 32. C°
Tussen 10 en 32. C°