14. ROUTINEONDERHOUD
LET OP: Lees vóór het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden de volledige instructies in
hoofdstuk 3: VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN.
OPMERKING: Gebruik alleen originele reserveonderdelen!
Het is mogelijk de binnenkant van de behuizing van de maaidekken te reinigen en/of te inspecteren zonder de
maaidekken van de trekker te verwijderen. Hiertoe moet het toebehoren volledig worden opgetild zoals hieronder
afgebeeld.
14.1 IN ONDERHOUDSSTAND HEFFEN DEK 112
WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat de aftakas is uitgeschakeld en dat de messen volledig stilstaan.
1) Start de trekker en hef het toebehoren op met de daartoe bestemde hendel. Schakel de trekker uit en verwijder de sleutel.
2) Verwijder de antislippennen en de bijbehorende veiligheidshulzen.
3) Laat het toebehoren zakken met de daartoe bestemde bedieningshendel.
4) Steek de veiligheidshuls in het tweede gat in de koppelingen van de maaiwagen.
5) Hef het toebehoren helemaal op met de daartoe bestemde hendel.
LET OP: Gebruik of verplaats de trekker niet met de maaier in deze stand.
Deze configuratie is alleen bedoeld voor reiniging en/of inspectie.
14.2 OLIE BIJVULLEN
Controleer het transmissieoliepeil elke 100 uur en vul zo nodig bij.
Ververs de transmissieolie elke 350 uur. Neem contact op met een geautoriseerde werkplaats om de transmis-
sieolie te verversen. (A): Oliepeil (OIL SHELL OMALA S4 WE 320)
14.3 SMEREN
Smeren van het kruis van de cardanas
14.4 ONDERHOUD EN/OF VERVANGING VAN MESSEN
DRAAI DE MOER B LOS OM DE MESSCHIJF VAN DE PEN VAN DE AANDRIJFEENHEID TE VERWIJDEREN
Demonteren
DRAAI DE MOER A LOS OM DE MAAIMESSEN TE VERWIJDEREN
Vervangen
GEBRUIK ALLEEN ORIGINELE RESERVEONDERDELEN
Weer aanbrengen
- DRAAI DE MOER B VAST
WAARSCHUWING: voor een perfecte werking van het maaidek moeten de messen in een hoek
van 90° ten opzichte van elkaar worden gemonteerd!
WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat de schroeven goed vastzitten.
LET OP: de rotatie van één mes leidt tot de rotatie van de andere messen.
Start de machine nooit als het dek verwijderd is.
OPMERKING: Voor een goede slijping volgt u de volgende algemene regels:
1) behoud de originele slijpgraden (23°)
2) ga niet op hetzelfde punt staan als de slijpschijf om oververhitting van het materiaal te voorkomen, met als
gevolg wijziging van de eigenschappen van het materiaal zelf
3) verwijder overtollig materiaal niet, aangezien dit uiteraard de bedrijfsduur van de messen zelfbeperkt.
EEN PERFECT MAAIRESULTAAT KAN ALLEEN WORDEN VERKREGEN MET GOED SCHERPE MESSEN.
De frequentie van het slijpen kan aanzienlijk variëren naarmate de maaicondities variëren: het gebruik van de
machine in de aanwezigheid van stenen, zand en aarde maakt uiteraard vrij frequent slijpen noodzakelijk.
Zie afbeelding 14.2
Zie afbeelding 14.3
Zie afbeelding 14.1
Zie afbeelding 14.4
NL
43