Herunterladen Diese Seite drucken

POWERTEX PWE r-PET Gebrauchsanweisung Seite 21

Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 17
3.2 Hijsbanden: Wanneer banden met zachte lussen worden gebruikt,
mag de minimale luslengte voor een hijsband voor gebruik met een
haak niet minder zijn dan 3,5 maal de maximale dikte van de haak en
in elk geval mag de hoek die wordt gevormd in de lus van de hijsband
niet groter zijn dan 20°.
Wanneer een hijsband met zachte lussen aan een hijsmiddel wordt
gehangen, moet het deel van het hijsmiddel dat aan de hijsband
hangt grotendeels recht zijn, tenzij de draagbreedte van de hijsband
niet meer dan 75 mm is, in welke geval de krommingsstraal van de
hijsapparaat-bevestiging ten minste 0,75 maal de draagbreedte van de
hijsband moet zijn.
Afbeelding D1 illustreert het probleem van het opne-
men van bandmateriaal op een haak met een straal
van minder dan 0,75 maal de draagbreedte van de
hijsband.
Brede banden kunnen, als gevolg van de kromming
van de haak, worden aangetast door de straal van de
binnenzijde van de haak omdat
uniforme belasting over de breedte van de band niet
mogelijk is.
Afbeelding D1 onvoldoende ruimte voor een lus op
een haak met een te kleine straal
3.3 Hijsbanden/rondstroppen mogen niet overbelast worden: de juiste
factor moet worden gebruikt (zie tabel).
1-poot U-vorm
Lus
0°- 45°
Buitenhoek
Werklastfacor
1
2
0,8
Kleur
Paars
1,0
2,0
0,8
Groen
2,0
4,0
1,6
Geel
3,0
6,0
2,4
Grijs
4,0
8,0
3,2
Rood
5,0
10,0
4,0
Bruin
6,0
12,0
4,8
Blauw
8,0
16,0
6,4
Oranje
10,0
20,0
8,0
Oranje
12,0
24,0
9,6
Oranje
15,0
30,0
12,0
Oranje
20,0
40,0
16,0
Oranje
25,0
50,0
20,0
Oranje
30,0
60,0
24,0
Oranje
35,0
70,0
28,0
Oranje
40,0
80,0
32,0
Op het etiket staat werklast (WLL) voor sommige modi weergegeven.
Bij hijsbanden met meerdere benen mag de maximale buitenhoek niet
overschreden worden.
3.4 Er moeten goede hijspraktijken gevolgd worden: de hang-, hijs- en
daalbewerkingen moeten worden gepland voordat wordt begonnen
met het hijsen.
3.5 Banden moeten correct worden gepositioneerd en op veilige wijze
worden vastgemaakt aan de lading. Banden moeten dusdanig op de
lading worden geplaatst dat ze in staat zijn om een platte vorm aan te
nemen en de belasting uniform wordt verdeeld over de bandbreedte.
Ze mogen nooit geknoopt of gedraaid worden.
Schade aan etiketten moet voorkomen worden door ze uit de buurt van
de lading, de haak en de strophoek te houden.
3.6 Bij samenstellingen met meerdere benen, moet de waarde voor de
werklast (WLL) worden vastgesteld met de veronderstelling dat de
lading van de hijslast symmetrisch is. Dit betekent dat wanneer een
lading wordt gehesen, de parten symmetrisch zijn en onderspannen op
dezelfde buitenhoek.
Afbeelding 4C
Afbeelding D1
Hoek 1-poot
Hijsband 2-poten
Hijsband 3-, 4-poten
45°- 60°
0°- 45°
45°- 60°
0°- 45°
1.4
1
1.4
1
2,1
Werklast (WLL) ton
1,4
1,0
1,4
1,0
2,1
2,8
2,0
2,8
2,0
4,2
4,2
3,0
4,2
3,0
6,3
5,6
4,0
5,6
4,0
8,4
7,0
5,0
7,0
5,0
10,5
8,4
6,0
8,4
6,0
12,6
11,2
8,0
11,2
8,0
16,8
14,0
10,0
14,0
10,0
21,0
16,8
12,0
16,8
12,0
25,2
21,0
15,0
21,0
15,0
31,5
28,0
20,0
28,0
20,0
42,0
35,0
25,0
35,0
25,0
52,5
42,0
30,0
42,0
30,0
63,0
49,0
35,0
49,0
35,0
73,5
56,0
40,0
56,0
40,0
84,0
Bij samenstellingen met 3 benen staat de hoogste spanning, als -de
benen niet symmetrisch zijn geplaatst, op het been waar de som van
de hoeken tot de aangrenzende benen het hoogst is. Hetzelfde geldt
voor samenstellingen met 4 benen waarbij ook rekening moet worden
gehouden met de stijfheid van de lading.
LET OP Met een stijve lading kan het merendeel van het
gewicht worden gedragen door slechts drie of zelfs twee
van de benen, waarbij de andere benen uitsluitend dienen
om de lading te balanceren.
3.7 Banden moeten worden be-
schermd tegen randen, wrijving en
schuren, van de lading of van de
hijsapparatuur. Wanneer, als onderde-
el van de band een bescherming tegen
beschadiging wordt meegeleverd dan
moet deze correct worden gepositione-
erd. Het kan nodig zijn om dit te vervol-
ledigen met aanvullende bescherming.
Definitie van een scherpe rand:
Straal r (rand) < dikte d van de hijsapparatuur.
3.8 De lading moet op een zodanige wijze aan de band(en) worden
bevestigd dat die tijdens het hijsen niet kan kantelen of uit de band(en)
kan vallen. De band(en) moeten zodanig zijn samengesteld dat het
hijspunt direct boven het zwaartepunt ligt en de lading gebalanceerd
en stabiel is. De band kan bewegen boven het hijspunt als het zwaar-
tepunt van de lading niet onder het hijspunt ligt.
Wanneer de band "in het mandje" wordt gebruikt, moet de lading vast-
zitten aangezien er geen grijpactie is zoals bij het stroppen en de band
door het hijspunt kan rollen. Voor banden die per paar worden gebruikt,
wordt het gebruik van een spreader aanbevolen zodat de benen
zo verticaal mogelijk hangen en om ervoor te zorgen dat de last
gelijkmatig over de benen wordt verdeeld.
Wanneer een band gestropt wordt gebruikt, moet die dusdanig worden
gepositioneerd dat een natuurlijke hoek (120°) kan worden gevormd
en er wordt vermeden dat er warmte wordt opgewekt door wrijving.
Een band mag nooit in een positie worden gedwongen of er mag niet
45°- 60°
worden geprobeerd om de greep strakker te maken. De juiste methode
1,5
om een last dubbel gestropt te bevestigen is afgebeeld in afbeelding
3.A (rondstrop) en 3.B (hijsband). Dubbel stroppen zorgt voor meer
1,5
stabiliteit en helpt voorkomen dat de last door de hijsband schuift.
3,0
4,5
Afbeelding 3.A
6,0
7,5
9,0
12,0
15,0
18,0
22,5
30,0
37,5
45,0
52,5
3.9 Tijdens het hijsen moet voldoende voor de veiligheid van het
60,0
personeel gezorgd worden. Personen in het gevarengebied moeten
gewaarschuwd worden dat er wordt gehesen en, indien nodig, direct
uit de directe omgeving geëvacueerd worden.
Handen en andere lichaamsdelen moeten uit de buurt van de band
worden gehouden om letsel te voorkomen wanneer die wordt strakge-
trokken.
Het werk met hijsapparaten moet worden gepland, georganiseerd en
uitgevoerd om gevaarlijke situaties te voorkomen.
Volgens nationale wettelijke voorschriften mogen hijsapparaten alleen
worden gebruikt door personen die goed bekend zijn met de werk-
zaamheden en theoretische en praktische kennis over veilig gebruik
hebben.
Naast de instructiehandleiding verwijzen we op elke werkplek naar
bestaande nationale regelgeving.
3.10 Er moet een test worden uitgevoerd voor het hijsen. De band
moet op spanninging worden gebracht tot hij strak is. De last moet iets
worden gehesen en er moet worden gecontroleerd of hij veilig hangt
en de beoogde positie aanneemt. Dit is met name belangrijk bij een
hijs in broek of bij andere losse hijsen waar wrijving de lading tegen-
houdt.
21
R
D
Afbeelding 3.B
loading

Diese Anleitung auch für:

PwsPrs r-petPwePrs