WERKINGSTEST
Afstandbedieningen gebruiken
Werking van de obstakeldetectie
Bij het detecteren van een obstakel tijdens het sluiten gaat de deur onmiddellijk weer open (Fig. 18).
Bij het detecteren van een obstakel tijdens het opengaan stopt de deur onmiddellijk (Fig. 19).
Controleer of de obstakeldetectie goed werkt als de deur op een 50 mm hoog obstakel stuit dat op de vloer geplaatst is.
Werking van de geïntegreerde verlichting
De verlichting brandt telkens de motor geactiveerd wordt. De verlichting gaat automatisch 1 minuut na het einde van de beweging uit. Bij snel
achter elkaar gebruiken blijft de lamp continu branden. In dat geval kan het gebeuren dat de lamp automatisch uitgeschakeld wordt door de
oververhittingbeveiliging.
AANSLUITEN VAN DE RANDAPPARATUUR
Beschrijving van de Randapparatuur
Nr.
Omschrijving
Oranje lamp
1
Codeklavier
3
Sleutelschakelaar
4
Antenne
5
Noodbatterij
6
Loopdeurbeveiliging
7
Fotocellen
8
Randapparatuur op de voeding aansluiten
Schakel de voeding van de motor uit voordat u welke handeling dan ook uitvoert op de randapparatuur. Controleer de aansluitingen (kortsluiting of
inverse polarisatie mogelijk) indien het controllampje
Elektrisch schema van de installatie (Fig. 20)
Loopdeurbeveiliging
Bij het aanbrengen van het loopdeurcontact moet u dit contact aansluiten op de plaats waar nu een brug zit tussen de klemmen 3 en 4.
Het is noodzakelijk om de brug tussen de klemmen 3 en 4 terug te plaatsen indien het contact van de loopdeur verwijderd wordt.
Fotocellen (Fig. 21)
Bij het aanbrengen van de fotocellen moet u de fotocelontvanger (CR) aansluiten op de ingang waar nu een brug zit tussen de klemmen 5 en 6.
Het is noodzakelijk om de brug tussen de klemmen 5 en 6 terug te plaatsen indien de fotocellen verwijderd worden.
Codeklavier (Fig. 22)
6
Fig.
17
Fig.
18 en 19
Fig.
20
Fig.
20 t/m 22
uitblijft na het aansluiten.