Informatie over radiofrequentie (indien van toepassing)
WAARSCHUWING:
De bevoegdheid van de gebruiker om het
product te gebruiken kan vervallen in geval van
veranderingen of wijzigingen aan dit product
die niet uitdrukkelijk zijn goedgekeurd door de
partij die verantwoordelijk is voor de naleving.
Dit apparaat voldoet aan deel 15 van de FCC-
regels. De werking van dit apparaat moet
voldoen aan de twee volgende voorwaarden:
(1) dit apparaat mag geen schadelijke
interferentie veroorzaken; en (2) dit apparaat
moet alle ontvangen interferentie accepteren,
inclusief interferentie die ongewenste werking
kan veroorzaken.
N.B. Deze apparatuur is getest en voldoet aan
de grenswaarden voor digitale toestellen van
klasse B conform deel 15 van de FCC-regels.
Deze grenswaarden zijn bedoeld om redelijke
bescherming te bieden tegen schadelijke
interferentie in de woonomgeving. Dit
apparaat genereert en gebruikt radiogolven
Koppeltabel
AANBEVOLEN AANDRAAIMOMENT:
Het gebruik van een momentsleutel is aanbevolen. Zie hieronder het aanbevolen aandraaimoment
voor elk bevestigingsmiddel. Houd het aanbevolen aandraaimoment aan, en controleer daarnaast of de
onderdelen van het product goed vastzitten door de werking van elk onderdeel te controleren tijdens het
aandraaien (zoals aangegeven in de delen voor montage van de onderdelen in de gebruikershandleiding).
N.B. Controleer of alle bevestigingsmiddelen op het product zijn aangedraaid volgens de tabel:
Aanbevolen aandraaimoment voor schone, droge
Maat
bevestigingsmiddel
M4 mm (.157 in)
M5 mm (.196 in)
M6 mm (.236 in)
M7 mm (.275 in)
M8 mm (.314 in)
M10 mm (.393 in)
94
schroefdraden:
Aandraaimoment (N•m /
ft-lb)
4.2 N•m (3.1 ft-lb)
6.8 N•m (5 ft-lb)
9.5 N•m (7 ft-lb)
16.3 N•m (12 ft-lbs)
23 N•m (17 ft-lbs)
44.7 N•m (33 ft-lbs)
en kan mogelijk radiogolven uitzenden die
communicatie via radiogolven kunnen verstoren
wanneer dit apparaat niet wordt geïnstalleerd
en gebruikt volgens de instructies.
Er is echter geen garantie dat in een bepaalde
installatie geen interferentie zal optreden.
Als deze apparatuur schadelijke interferentie
veroorzaakt met draadloze communicatie- en
televisieapparatuur (vast te stellen door de
apparatuur aan en uit te zetten), wordt de
gebruiker verzocht de interferentie te verhelpen
met een of meer van de volgende maatregelen:
• Verander de richting of plaats van de
ontvangstantenne.
• Vergroot de afstand tussen de apparatuur en
ontvanger.
• Sluit de apparatuur aan op een stopcontact
van een andere groep dan die waarop de
ontvanger is aangesloten.
• Raadpleeg de dealer of een ervaren
radio-/televisietechnicus voor hulp.
Hoe te meten:
De schroef- of boutmaat wordt bepaald
door de breedte van de SCHROEF-
DRADEN, zoals weergegeven.