WAARSCHUWINGEN –
• Verzeker dat het gebied waarin het voertuig wordt gebruikt veilig is en geschikt is voor
veilig gebruik.
• Controleer of het remsysteem goed werkt.
• Controleer of alle veiligheidslabels aanwezig zijn en duidelijk zijn voor de bestuurder en
een eventuele passagier.
• Controleer of de asbescherming, kettingkast en alle overige door de fabrikant geleverde
afdekkingen of beschermkappen op hun plaats zitten en in goede staat zijn.
• Controleer of de banden in goede staat zijn, goed zijn opgepompt en niet zijn versleten.
• Gebruikers moeten zich aan alle aanbevelingen en instructies houden en alle wetten en
verordeningen volgen:
• Een voertuig zonder koplamp mag uitsluitend bij voldoende daglicht en goed zicht worden
gebruikt.
• Wij adviseren eigenaren om het voertuig te voorzien van verlichting, reflectoren en – voor
lage voertuigen – een veiligheidsvlag aan een flexibele stok, zodat het goed zichtbaar is en
opvalt.
• Gebruik van voertuig is afgeraden voor:
• mensen met hartaandoeningen
• zwangere vrouwen
• mensen met hoofd-, rug- of nekklachten, of eerdere operaties aan die lichaamsdelen
• mensen die een geestelijke of lichamelijke aandoening hebben waardoor ze eerder letsel
oplopen of die beperkend is voor hun behendigheid of hun geestelijke vermogen om alle
veiligheidsinstructies te volgen en te begrijpen wat de gevaren zijn van gebruik van het
voertuig
• Aanvullende veiligheidswaarschuwingen:
• Gebruikers moeten altijd geschikte beschermende kleding en uitrusting dragen, met
inbegrip van maar niet beperkt tot een goedgekeurde helm. Geschikt schoeisel is vereist.
• Onderdelen moeten worden onderhouden en gerepareerd in overeenstemming met deze
handleiding. Gebruik uitsluitend goedgekeurde vervangende onderdelen en laat deze
installeren door dealers of andere vakmensen.
• Vermijd drempels, putroosters en plekken waar de bestrating plotseling verandert.
• Vermijd straten en oppervlakken met water, zand, grind, vuil, bladeren en ander vuil. Nat
weer heeft negatieve gevolgen voor de tractie, remwerking en zichtbaarheid.
• Gebruikers moeten vóór gebruik van het voertuig goed begrijpen hoe de
bedieningselementen werken en wat de veiligheidskwesties zijn. Kinderen moeten
ook laten zien dat ze het voertuig capabel en vaardig kunnen besturen en de
bedieningselementen kunnen bedienen om valpartijen en botsingen te voorkomen. De
volwassene moet het kind alles uitleggen en bepalen of hij/zij in staat is het voertuig veilig
te gebruiken en dit in de praktijk ook veilig zal doen.
• Het kind moet vóór gebruik van het voertuig goed de werking van de
bedieningselementen en de gevaren begrijpen. Kinderen moeten ook laten zien dat ze
het voertuig capabel en vaardig kunnen besturen en de bedieningselementen kunnen
bedienen om valpartijen en botsingen te voorkomen.
• Na afronding van montage moet u al het beschermende verpakkingsmateriaal en plastic
zakken verwijderen en weggooien. Houd plastic zakken uit de buurt van kinderen.
Verwijder alle verpakkingsmateriaal en -onderdelen onder het voertuig.
• Zorg dat het kind zijn/haar gezonde verstand gebruikt en het voertuig op een veilige
manier gebruikt.
• Dit product moet door een volwassene worden in- en uitgeklapt (indien van toepassing).
• Dit voertuig mag UITSLUITEND worden gebruikt voor recreatie en vermaak en in daartoe
aangewezen gebieden.
78
vervolg