NL
• De kabel niet plooien, platdrukken, er niet aan
trekken of over rijden; beschermen tegen scherpe
hoeken, olie en hitte.
• Apparaat niet aan de kabel optillen of de kabel
anders aan het eigenlijke gebruiksdoel onttrek-
ken.
• Controleer voor ieder gebruik de stekker en de
kabel.
• Bij beschadiging van het netsnoer onmiddellijk de
stekker uittrekken. Het apparaat nooit met
beschadigd netsnoer gebruiken.
• Als het apparaat niet gebruikt wordt, moet de
stekker altijd uitgetrokken zijn.
• Voor u de stekker in het stopcontact steekt, moet
het apparaat uitgeschakeld zijn.
• Voor u de stekker uittrekt het apparaat altijd uit-
schakelen.
• Apparaat bij het transport stroomloos schakelen.
• Als de elektriciteitsleiding van dit apparaat
beschadigd wordt, moet zij door de fabrikant of
zijn klantenservice of een soortgelijk gekwalifi-
ceerde persoon worden vervangen om risico's te
vermijden.
Onderhoud
• Bij alle werkzaamheden aan het apparaat moet
de stekker van de voedingsadapter worden los-
gekopppeld.
• Uitsluitend de hier beschreven onderhoudswerk-
zaamheden en de oplossingen voor het verhel-
pen van storingen mogen worden uitgevoerd. Alle
overige werkzaamheden moeten door een techni-
cien worden uitgevoerd.
• Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen
worden gebruikt. Deze reserveonderdelen zijn
uitsluitend voor het apparaat vervaardigd en
geschikt. Overige reserveonderdelen leiden niet
tot het vervallen van de garantie, maar ze kunnen
een risico vormen voor u en uw omgeving.
Apparaatspecifieke veiligheidsaanwijzingen
• Het afsnijden of modificeren van het netsnoer is
niet toegestaan en maakt de garantie ongeldig!
• Er mogen geen verlangkabels worden gebruikt.
• Bij alle werkzaamheden aan het apparaat moet
de stekker van de voedingsadapter worden los-
gekoppeld.
• Kinderen en jongeren onder 16 jaar mogen dit
apparaat niet gebruiken en moeten uit de buurt
van het apparaat worden gehouden als deze in
gebruik wordt genomen.
• Het toestel niet installeren en inschakelen als er
personen of dieren zijn die zich in het transport-
medium bevinden of er contact mee hebben.
• Het toestel niet onbeheerd achterlaten. Bij een
lange afwezigheid de stekker eruit trekken.
• Herstellingen principieel enkel door elektriciens
laten uitvoeren. Bij fout uitgevoerde herstelling
bestaat het risico dat er vloeistof in de de elektro-
techniek van het toestel dringt.
52
• Symbolen die zich op uw toestel bevinden,
mogen niet worden verwijderd of afgedekt.
Onleesbare instructies op het toestel moeten
direct worden vervangen.
Lees de gebruiksaanwijzing en neem ze in
acht voor de ingebruikname.
Overzicht van het toestel
Aanwijzing: Hoe uw apparaat er daadwer-
kelijk uitziet, kan van de afbeeldingen afwij-
ken.
► P. 3, afb. 1
1. Drukslang met afsluitkraan
2. Haken voor het ophangen
3. Hoogteverstelling van de drukleiding
4. Vlotterschakelaar
5. Draaggreep
Bediening
Plaatsing
Het toestel vereist een oppervlak van min. 50 × 50
cm (opdat de vlotterschakelaar foutloos werkt, moet
hij vrij kunnen bewegen) (► P. 4, afb. 4).
Het toestel mag hoogstens tot de in de technische
gegevens genoemde waterdiepte worden onderge-
dompeld.
Het toestel zo plaatsen dat de aanzuigopeningen niet
door vreemde voorwerpen geblokkeerd kunnen wor-
den (toestel indien nodig op een vaste vlakke onder-
grond plaatsen).
U kunt het apparaat ook aan de rand van het vloei-
stofreservoir hangen.
LET OP! Risico op schade aan het appa-
raat! De pomp niet aan de kabel of aan de
drukslang optillen aangezien de kabel en de
drukslang niet geschikt zijn voor de trekbe-
lasting door het gewicht van de pomp.
– De pomp schuin in de te transporteren vloeistof
dompelen zodat er zich aan de onderzijde geen
luchtkussens vormen. Hierdoor zou het aanzui-
gen worden verhinderd. Zodra de pomp is onder-
gedompeld, kan ze weer overeind worden gezet.
– Drukleidinghoogte zo instellen dat de pomp zo
diep mogelijk in de regenton wordt ondergedom-
peld (► P. 3, afb. 2).
– Pompen op de bodem van het vloeistofreservoir
ledigen of met de haak (3) ophangen.
Werking
LET OP! Risico op schade aan het appa-
raat! Apparaat niet laten drooglopen.
– Drukleiding op slangkoppeling plaatsen en laten
vastklikken.
– Afsluitkraan openen.
Automatisch bedrijf
LET OP! Risico op schade aan het appa-
raat! De vlotterschakelaar moet zo kunnen
bewegen dat de dompelpomp niet in droge
toestand kan draaien.