Inleiding
WAARSCHUWING:
onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren,
Bediening voor gebruik
Controleer op brandstof- of olielekkage.
Reinig het product. Zie
Reinig het binnenoppervlak van het maaidek. Zie
Reinig de motor en de uitlaatdemper. Zie
Controleer of de koelluchtinlaat van de motor niet geblokkeerd is. Zie
99 .
Controleer of de veiligheidsvoorzieningen onbeschadigd zijn. Raadpleeg
pagina 87 .
Inspecteer de messen in het maaidek. Zie
Inspecteer en test de remmen. Zie
het pedaal voor achteruitrijden controleren op pagina 88 .
Controleer het motoroliepeil. Zie
Controleer het transmissieoliepeil. Zie
Controleer de stuurkabels. Zie
Zorg ervoor dat het grootlicht en de werklamp correct werken (indien van toepassing). Zie
pagina 94 .
X = De instructies zijn opgenomen in deze
gebruikershandleiding.
Onderhoud
Controleer en reinig de hydraulische slangen en koppelingen. Vervang indien
nodig.
Controleer de riemen en poelies.
Controleer de stuurketting aan de binnenkant van de frametunnel.
Inspecteer en smeer alle kabels en stel ze af.
Zorg voor de juiste bandenspanning. Zie
Zorg ervoor dat alle bouten en moeren met het juiste aanhaalmoment worden
vastgedraaid.
96
Voordat u
Product reinigen op pagina 98 .
De motor en de uitlaatdemper reinigen op pagina 98 .
De messen inspecteren op pagina 105 .
De parkeerrem controleren op pagina 100 en Het pedaal voor vooruitrijden en
Het motoroliepeil controleren op pagina 106 .
Het transmissieoliepeil controleren op pagina 108 .
De stuurkabels inspecteren op pagina 100 .
Bandendruk op pagina 103 .
Onderhoud
Onderhoudsschema
Product reinigen op pagina 98 .
Koelluchtinlaat van motor reinigen op pagina
O = De instructies zijn niet opgenomen in deze
gebruikershandleiding. Laat onderhoud aan de machine
uitvoeren door een erkende servicewerkplaats.
dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen
en hebben begrepen.
Veiligheidsvoorzieningen op het product op
De motor starten op
Eerste
Onderhoudsinterval
onder-
in uren
houds-
beurt
50
O
X
1686 - 005 - 02.12.2024
100
200
O
O
O
O
X
O