● Trek aan het startkoord (13) totdat de zaag zich aanzet en daarna uitzet.
● Druk op de blokkade van de gasklephendel (1) en licht ook op de gasklephendel (11) om het zuigen uit
te zetten (de zuighendel wordt automatisch in de zuigpositie ingeschoven).
● Met het uitgeschakelde zuigen, trek opnieuw aan het startkoord (13), totdat de motor zich aanzet
(misschien moet er nodig zijn om enkele keren te rukken).
● Laat de motor opwarmen. Indien nodig verhoog het toerental door licht op de gasklephendel (11) te
drukken.
● Plaats de renhendel (6) in de aangezete stand (naar achteren verschoven).
● Voer de snede uit.
Het is verboden om de motor aan te zetten terwijl de zaag alleen in de hand gehouden wordt. Tijdens
het aanzetten moet de zaag op de grond rusten en vastgehouden worden. Controleer of de ketting
onbelemmerd, zonder enige voorwerpen aan te raken, kan bewegen. Snij geen materialen als de
zuighendel uitgeschoven is.
STOPZETTEN VAN DE MOTOR
● Maak de gashendel (11) vrij zodat de motor enkele minuten op nulversnelling kan werken.
● Plaats de aanzetknop (14) in de (STOP) stand.
CONTROLE VAN DE KETTINGSMERING
Alvorens met het werk te beginnen, controleer de smering van de zaagketting en olieniveau in de tank. Zet
de zaag aan en houd boven de grond. Indien de smeersporen vergroten, is de smering van de ketting juist
(afb. E). Indien er geen smeersporen zichtbaar zijn of ze minimaal zijn, regel met behulp van de regelschroef
van het olieniveau (9) af. Bij geen reactie op zulke regeling maak de olieopening, bovenste opening van de
kettingspanning en oliekanaal schoon of ga in contact met de technische servicedienst.
Het afregelen dient met het uitgezette toestel en met de nodige voorzichtigheid te gebeuren, de
geleider mag de grond niet aanraken. Met het oog op de veiligheid bewaar een ten minste 20 cm
afstand van de grond.
Met behulp van de regelschroef van olieniveau (9) regel de hoeveelheid van de olie conform de aanwezige
werkomstandigheden af.
● „MIN" stand – de toestroom van de olie vermindert.
● „MAX" stand – de toestroom van de olie vergroot (afb. F).
Bij het snijden van hard en droog hout alsook bij gebruik van de gehele werklengte van de geleider plaats
de regelschroef (9) in de "MAX" stand.
Bij het snijden van zacht en nat hout alsook bij gebruik van alleen maar een deel van de geleiderlengte kan
de hoeveelheid olie vermindert worden door de regelschroef (9) naar de "MIN" stand te draaien.
Afhankelijk van de omgevingstemperatuur en de ingestelde hoeveelheid olie kan de zaag van 15 tot 40
minuten op één olietank werken (inhoud van de tank bedraagt 160 ml).
De olietank dient op hetzelfde moment als de brandstoftank bijna leeg te zijn. Bij het bijvullen van
de brandstof vul tegelijkertijd de olietank bij.
SMEERMIDDELEN VOOR DE KETTING
De duurzaamheid van de ketting en geleider zijn in grote mate afhankelijk van de kwaliteit van de
toegepaste smeermiddel. Gebruik alleen smeermiddelen bestemd voor kettingzagen.
Het is verboden om afgedankte of geregenereerde olie voor het smeren van de zaagketting te
gebruiken.
KETTINGGELEIDER
De voorste en onderste delen van de geleider (20) zijn bijzonder kwetsbaar voor slijtage. Om eenzijdige
slijtage van de geleider door wrijving te vermijden, keer de geleider bij elk slijpen van de ketting om en
maak de gleuf van de geleider en olieopeningen schoon. De gleuf van de geleider heeft een rechthoekige
vorm. Controleer de gleuf met het oog op slijtage. Plaats de meetliniaal aan de geleiderlijst en de buiten
oppervlakte van de kettingtang. Indien er tussen een speling zit, is de gleuf goed. In een ander geval is de
geleider versleten en dient vervangen te worden.
264