•
Controleer of alle veiligheidsuitrusting aanwezig is.
GOEDE ONDERSTEUNING VOOR HET WERKSTUK
•
Ondersteun het werkstuk zodanig dat de snede het blad niet beknelt.
•
Zet het werkstuk vast, zodat het niet wegrolt, -glijdt of -beweegt door de trilling tijdens het snijden
•
Bij het maken van uitsparingen is de snijvolgorde belangrijk. Zorg ervoor dat u de laatste snede altijd
zodanig maakt dat het blad niet geklemd
kan raken. Maak daarom eerst de onderste
horizontale snede, daarna de sneden aan de
zijkanten en tenslotte als laatste de bovenste
horizontale snede.
•
Houd rekening met het gewicht van het
werkstuk en de richting waarin het valt wanneer
het wordt doorgesneden.
•
In alle gevallen waarin het doorsnijden van het werkstuk leidt tot een gevaarlijke situatie, moet u een vlak
van het materiaal intact laten, en het werkstuk afwerken met een beitel of een soortgelijk gereedschap.
SNIJTECHNIEK
•
Houd de machine met beide handen vast om weerstand te bieden tegen het startkoppel, druk op de
ontgrendelingsknop en druk vervolgens de trekkerschakelaar in.
•
Laat de machine op volle snelheid komen alvorens contact te maken met het werkstuk.
•
Regel indien nodig het waterdebiet door aan de watertoevoerklep te draaien.
•
Begin dan voorzichtig te snijden met het achtergedeelte van het blad, tot de snede is bepaald.
•
Het is een goed idee om met een traditionele diamantcirkelzaag met een brede bladsnede een
geleidingsgroef uitte snijden voordat u met de ringzaag de hoofdsnede maakt. Zo veroorzaakt u minder
slijtage op het ringzaagblad. Zorg ervoor dat het blad niet geklemd raakt.
•
In ronde werkstukken is de beste techniek het gebruik van een langzame, gelijkmatige heen-en-
weerbeweging, terwijl u snijdt met het onderste kwadrant van het blad.
•
Breng het blad nooit zijwaarts in de snede.
STOPPEN
Laat de trekker los om de machine te stoppen. Als de trekker is losgelaten, blijft het blad nog even ronddraaien.
WAARSCHUWING: Leg de machine niet neer voordat het blad gestopt is met draaien.
NL
87