In bedrijf nemen
Vul de solarinstallatie en spoel deze luchtvrij
Spoel en ontlucht de solarinstallatie boven en onder de afsluitinrichting
afzonderlijk van elkaar!
▶ Aansluiten vulinrichting.
▶ Openen vul- en aftapkranen.
Spoel boven de afsluitinrichting de solarcollectoren en leidingen lucht-
vrij en vul deze ( afb. 23, pagina 68):
▶ Openen aanvoerkraan.
▶ Sluiten retourkraan.
▶ Vul de solarinstallatie tot er geen luchtbellen meer in de slang en in
het vulstation zichtbaar zijn.
▶ Langzaam spoelen, dan het debiet stapsgewijs verhogen. Spoel de
leidingen gedurende ca. 30 minuten, tot de koelvloeistof in de slan-
gen en in de container zonder luchtbellen is.
Spoel onder de afsluitinrichting de solar-warmtewisselaar luchtvrij en
vul deze ( afb. 23, pagina 68):
▶ Sluiten aanvoerkraan.
▶ Retourkraan op de 2-uur stand ( afb. 25 [e], pagina 69)
▶ Vul de solarwarmtewisselaar tot er geen luchtbellen meer in de slang
en in het vulstation zichtbaar zijn.
▶ Langzaam spoelen, dan het debiet stapsgewijs verhogen. Spoel de
leidingen gedurende ca. 30 minuten, tot de koelvloeistof in de slan-
gen en in de container zonder luchtbellen is.
▶ Tijdens het spoelen de vul- en aftapkraan meerdere malen kortston-
dig smoren en daarna snel geheel openen. Daardoor kunnen de opge-
hoopte luchtbellen in de warmtewisselaar loskomen.
▶ Om de eventueel achtergebleven lucht uit het solarcircuit te verwijde-
ren, de afsluitinrichting in de retour meerdere keren kortstondig tus-
sen de standen terugslagklep open (e) en leiding gesloten (f)
omschakelen ( afb. 25, pagina 69).
Ontluchten solarpomp
▶ Open de dop op de automatische ontluchter
( afb. 5 [12], pagina 66).
Herstellen bedrijfstoestand
▶ Zet de terugslagklep in aanvoer en retour weer in de bedrijfsstand.
▶ Sluit de afsluitkraan boven.
▶ Sluit de afsluitkraan onder wanneer de bedrijfsdruk is bereikt.
▶ Sluit de dop op de automatische ontluchter weer.
De bedrijfsstand van de terugslagklep mag alleen tijdens het vul-
of aftapproces worden veranderd.
Bedrijfstoestanden van de afsluitinrichting
▶ Terugslagklep in aanvoer openen ( afb. 24, pagina 68).
[a]
werkpositie
[b]
Terugslagklep open (stand voor vullen en aftappen)
[c]
Leiding geblokkeerd
▶ Afsluitinrichting in retour sluiten ( afb. 25, pagina 69).
[d]
werkpositie
[e]
Terugslagklep open (stand voor aftappen)
[f]
Leiding geblokkeerd (stand voor vullen)
Aanpassen bedrijfsdruk voor de solar-installatie
De voordruk van het solar-expansievat moet zijn aangepast
( hoofdstuk "Aanpassen voordruk van het solarexpansievat",
pagina 22).
26
De bedrijfsdruk wordt berekend uit de statische installatiehoogte plus
0,7 bar. 1 meter hoogteverschil komt overeen met 0,1 bar.
Voorbeeld: installatie met 10 m hoogteverschil komt overeen met
1,0 bar + 0,7 bar = 1,7 bar benodigde bedrijfsdruk.
▶ Bij te weinig druk warmtedragende vloeistof bijpompen.
▶ Sluit na afronding van de ontluchtingsprocedure de dop van de
automatische ontluchter.
Enkel bij een gesloten ontluchter zal bij de verdamping van warmtedra-
gende vloeistof in de collector de druk via het expansievat gecompen-
seerd worden.
Na het vullen
▶ Voer de dichtheidstest uit - daarbij de toegestane drukken van alle
modules bewaken.
▶ Zorg ervoor dat de elektrische bedrading tussen solarmodule,
verwarmingsregelaar en cv-ketel is aangebracht.
De solarinstallatie moet zijn geconfigureerd en geactiveerd.
▶ Kies in het servicemenu in de verwarmingsregelaar de solarmodule
menupunt Diagnose functietekst.
▶ Schakel de hoogrendementsolarpomp handmatig in en uit.
Tijdens het handmatig schakelen van de hoogrendementsolarpomp
mag de wijzer van de manometer geen drukvariaties vertonen
( afb. 4, [10], pagina 63).
Functietest
VOORZICHTIG:
Verbrandingsgevaar door uitgeschakelde boilertemperatuurbe-
grenzing tijdens de werkingtest!
▶ Sluit de tappunten.
▶ Informeer de huisbewoners over het verbrandingsgevaar.
Wanneer een solarmodule is geïnstalleerd, wordt in menu Functietest
het menu Solar getoond,
Met behulp van dit menu kan de pomp van de solarinstallatie worden getest.
Dit door deze op verschillende instelwaarden in te stellen. Of de pomp goed
reageert, kan op het betreffende component worden gecontroleerd.
Pompen bijvoorbeeld hoogrendementsolarpomp:
instelbereik: Uit of Min. toerental solarpomp ... 100 %
• Uit: de pomp draait niet en is uitgeschakeld.
• Min. toerental solarboilerpomp, bijv. 40 %: De pomp loopt met een
toerental van 40 % van het maximale toerental.
• 100 %: de pomp draait met maximaal toerental.
▶ Bij drukvariaties het solarcircuit ontluchten.
▶ Bedrijfsdruk controleren evt. warmtedragervloeistof bijvullen.
▶ Hoogrendement solarpomp circa 10 minuten laten draaien.
Circulatie via de debietmeter controleren.
▶ Nogmaals ontluchten en de bedrijfsdruk instellen op de bepaalde
waarde.
▶ Lees de volumestroom op de debietmeter af en met de benodigde
volumestroom uit de tabel debiet vergelijken ( afb. 6, pagina 63).
Luchtvrijheid van de solarinstallatie controleren:
▶ Schakel de hoogrendementsolarpomp handmatig in en uit.
▶ Controleer tijdens het schakelen de wijzer van de manometer aan de
veiligheidsgroep.
BIS 400 R – 6720872577 (2019/09)