Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken

Montage; Opstellingsruimte; Monteren Zijpanelen; Monteren Aanvoer- En Retourgroep - Bosch Stora Bis 400 R Installations- Und Wartungsanleitung Für Den Fachmann

Inhaltsverzeichnis
Verfügbare Sprachen

Verfügbare Sprachen

5

Montage

5.1

Opstellingsruimte

OPMERKING:
Schade aan de installatie door onvoldoende draagkracht van het op-
stellingsoppervlak of door een niet geschikte ondergrond!
▶ Waarborgen dat het opstellingsoppervlak vlak is en voldoende draag-
kracht heeft.
▶ Stel de boiler in een droge en vorstvrije binnenruimte op.
▶ Plaats de boiler op een sokkel wanneer het gevaar bestaat, dat op de
opstellingsplaats water op de vloer kan druppelen.
▶ Respecteer de minimale afstanden in de opstellingsruimte
( afbeelding 10, pagina 65).
▶ Lijn het buffervat door verdraaien van de stelpoten horizontaal uit.
Daarbij de stelpoten maximaal 12 mm uitdraaien
( afb. 13, pagina 66).
5.2

Monteren zijpanelen

Afhankelijk van de opstelling van de boiler is een montage links of rechts
van de cv-ketel mogelijk.
▶ Monteren zijpanelen overeenkomstig.
Links opgesteld van de boiler
▶ Monteer de zijpanelen overeenkomstig afb. 14, pagina 66.
Opstelling rechts van de boiler
▶ Monteer grote zijpaneel rechts.
5.3

Monteren aanvoer- en retourgroep

▶ Monteren aanvoergroep boven met dichting op boiler
( afb. 15, pagina 66).
▶ Schuif de steunhuls in de aansluitleiding op de boiler.
▶ Schuif de retourgroep boven op de aansluitleiding op de boiler
( afb. 16, pagina 66).
▶ Aantrekken klemringkoppeling.
5.4

Installatie

OPMERKING:
Schade door lekkende aansluitingen!
▶ Installeer de leidingen spanningsloos.
▶ Controleer de aansluitingen en leidingen bij de inbedrijfname
op lekdichtheid.
5.4.1

Belangrijke aanwijzingen voor de solarinstallatie

WAARSCHUWING:
Gevaar voor verbranding!
Verbrandingsgevaar bij het afblazen van hete warmtedragende vloeistof!
▶ Gebruik voor de afvoer van het veiligheidsventiel een geschikte op-
vangbak.
OPMERKING:
Beschadiging van niet-hittebestendige installatiematerialen
(bijvoorbeeld kunststof leidingen)!
▶ Gebruik aan de solarzijde ≥ 150 °C hitte- en glycolbestendig isolatie-
materiaal.
BIS 400 R – 6720872577 (2019/09)
▶ De bij uitlevering aangesloten onderdelen zijn montageklaar afge-
dicht.
▶ Sluit het veiligheidsventiel niet.
▶ Voor de opvang van eventueel via het veiligheidsventiel ontsnappen-
de warmtedragende vloeistof, adviseren wij de opvangbak uit ons
toebehorenprogramma te gebruiken.
▶ Monteer tussen de collectoren, de veiligheidsklep en het solar-expan-
sievat geen afsluiter.
▶ Voor de montage moet eventueel de voordruk van het solar-expansie-
vat worden aangepast ( "aanpassen voordruk van het solar-expan-
sievat, pagina 22).
▶ Monteer bij dakinstallaties bovendien een voorschakelvat tussen het
collectorveld en het solar-expansievat. Bij stilstand van de solarpomp
wordt daardoor oververhitting van het membraan in het solar-expan-
sievat voorkomen.
▶ In het leidingsysteem kunnen in de nabijheid van de collector kort-
stondig temperaturen tot ca. 175 °C worden bereikt. Gebruik alleen
temperatuurbestendige materialen. Wij adviseren de leidingen te
hardsolderen.
▶ Wanneer de installatie niet met een solarvulpomp wordt gevuld, dan
moet op het hoogste punt van het leidingsysteem een extra ontluch-
ting worden ingebouwd.
▶ Installeer om luchtinsluitingen te voorkomen, de leidingen van het
buffervat naar de collector stijgend.
▶ Bouw op het laagste punt van het leidingsysteem een aftapkraan in.
▶ Sluit de leiding op de aarding van het huis aan.
▶ Ter voorkoming van storingen door luchtinsluitingen is in de retour-
groep van het solarstation een automatische ontluchter opgenomen.
5.4.2

Aansluiting van het solarcircuit

Door de gebruikte warmtedragende vloeistof vergroot het drukverlies
overeenkomstig de mengverhouding ( afb. 8, pagina 64).
 afb. 17, pagina 67:
▶ Sluit de beide aansluitingen van het solarcircuit aan op het buffervat.
▶ Voer de leidingen zo kort mogelijk uit en isoleer deze. Daardoor wordt
onnodig drukverlies en het afkoelen van het buffervat door bijvoor-
beeld leidingcirculatie voorkomen.
▶ Aansluiten afvoerleiding op veiligheidsventiel.
▶ Laat het uiteinde van de afvoerleiding uitmonden in de opvangbak en
zet deze vast met een leidingklem.
OPMERKING:
▶ De afvoer niet veranderen of afsluiten.
▶ Installeer de afvoerleiding alleen dalend.
 afb. 18, pagina 67:
▶ Monteer het solar-expansievat met bijbehorend bevestigingsmateriaal.
▶ Aansluiten solar-expansievat op de retourgroep van het solarstation.
Aarden leidingen
▶ Monteer op de aanvoer- en retourleiding ieder een aardklem.
▶ Sluit de aardklemmen via de potentiaalvereffeningskabel model NYM
2
met minimaal 6 mm
op de potentiaalvereffeningsrail van het ge-
bouw aan.
Montage
21
Inhaltsverzeichnis
loading

Inhaltsverzeichnis