• Plaats geen voorwerpen op de behuizing of het op-
laadstation van het product.
• Laat nooit personen op de robot zitten. Til de robot
nooit op om het zaagblad te inspecteren en draag
het nooit tijdens het gebruik. Plaats tijdens het ge-
bruik geen handen of voeten onder de robot.
• Het product mag niet worden gebruikt met een be-
schadigde beschermkap, bladschijf of behuizing.
Bovendien mag hij niet worden gebruikt met be-
schadigde messen, schroeven, moeren of kabels.
Sluit geen beschadigde kabels aan en raak ze niet
aan voordat ze zijn losgekoppeld van de voeding.
• Gebruik het product niet als de POWER ON/OFF-
toets (aan/uit-toets) en de STOP- toets niet werken.
• Schakel het product altijd uit met de ON/OFF-toets
(aan/uit-toets) als het niet wordt gebruikt. Het pro-
duct start alleen als de POWER ON/OFF-toets
(aan/uit-toets) is ingeschakeld en de juiste PIN-co-
de is ingevoerd.
• Als het netsnoer tijdens het gebruik beschadigd
raakt, druk dan op de "STOP-toets" om de robot te
stoppen en haal het netsnoer uit het stopcontact.
• De fabrikant garandeert geen volledige compatibi-
liteit tussen het product en andere draadloze sys-
temen zoals afstandsbedieningen, zenders, onder-
grondse elektrische afrasteringen van veeweiden
en dergelijke.
• Metalen voorwerpen in de grond (bijv. gewa-
pend beton of anti-mollennetten) kunnen de maai-
er doen stoppen. De metalen voorwerpen kunnen
het lussignaal verstoren, waardoor de maaier kan
stoppen.
• De bedrijfs- en opslagtemperatuur is 5-50 °C. Het
temperatuurbereik voor het opladen is 5-45 °C.
Bij te hoge temperaturen kan het product schade
oplopen.
• Gebruik of laad de robot nooit op in een explosieve
en/of ontvlambare omgeving.
• Gebruik de robot niet als er een sproeier actief is.
In dat geval moet u de robot en de sproeier zo pro-
grammeren dat ze niet tegelijkertijd werken. Was
de robot niet met hogedrukwaterstralen en dom-
pel hem niet geheel of gedeeltelijk onder in water,
want hij is niet waterdicht.
• Gebruik uitsluitend de door de fabrikant geleverde
oplader en voedingsadapter. Onjuist gebruik kan
leiden tot elektrische schokken, oververhitting of
lekkage van corrosieve vloeistoffen uit de accu.
• Plaats de voedingsadapter niet op een hoogte
waar deze kan worden ondergedompeld. Plaats de
voedingsadapter niet op de grond.
• Bedek de voedingsadapter niet. Condensatie kan
de voedingsadapter beschadigen en het risico van
elektrische schokken vergroten.
• Als er vloeistof lekt, was de accu dan met water /
neutralisator.
m Bij oogcontact een arts raadplegen.
80 | NL
m Als de maaier ondersteboven staat, moet de
hoofdschakelaar altijd uit staan. Bij alle werk-
zaamheden aan het onderstel van de maaier, bijv.
bij het reinigen of vervangen van de messen,
moet de hoofdschakelaar worden uitgeschakeld.
Veiligheidsvoorschriften Accu en oplader
m Accu en oplader
Lees de aanwijzingen voor het opladen. Zorg er-
voor dat uw oplader overeenkomt met uw plaat-
selijke stroomvoorziening. Controleer of de aan-
sluiting tussen de oplader en de accupack over-
eenkomt met de juiste modellen. Een langere le-
vensduur en betere prestaties kunnen worden
bereikt als de accu wordt opgeladen bij een
luchttemperatuur tussen 18 °C en 25 °C. Laad de
accu niet op bij een luchttemperatuur onder 5 °C
of boven 40 °C. Deze aanwijzingen zijn belang-
rijk, omdat dit ernstige schade aan de accu kan
voorkomen.
m WAARSCHUWING:
Lithium-ion accu's kunnen exploderen of brand ver-
oorzaken als ze worden gedemonteerd, kortgesloten
of blootgesteld aan water, vuur of hoge temperatu-
ren. Ga voorzichtig te werk, open de accu niet en stel
deze niet bloot aan elektrische/mechanische span-
ning. Bewaar de accu's niet in direct zonlicht.
• De accu niet uit elkaar halen, openen of klein maken.
• Een accu niet kortsluiten. Bewaar accu's niet luk-
raak in een doos of lade waar ze elkaar kunnen
kortsluiten of kortgesloten kunnen worden door ge-
leidende materialen.
• Wanneer de accu niet in gebruik is, houd deze dan
uit de buurt van andere metalen voorwerpen zoals
paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven
of andere kleine metalen voorwerpen die van de
ene poort naar de andere kunnen gaan. Kortslui-
ting van de accupolen kan brandwonden of brand
veroorzaken.
• Stel de accu niet bloot aan hitte of vuur. Vermijd
opslag in direct zonlicht.
• Stel de accu niet bloot aan mechanische schokken.
• Laat de vloeistof bij een lekkende accu niet in con-
tact komen met de huid of de ogen. Indien toch
contact met de huid of ogen is geweest, moet het
getroffen gebied met veel water worden uitge-
spoeld en dient u medisch advies in te winnen.
• Zoek onmiddellijk medische hulp als een cel of ac-
cu wordt ingeslikt.
• Houd de accu schoon en droog.
• De accu presteert het best bij normale kamertem-
peratuur (20 °C ± 5 °C).
• Houd bij het weggooien van accu's, de accu's van
verschillende elektrochemische systemen ge-
scheiden van elkaar.
www.scheppach.com