Probleem
Het scherm van het
bedieningspaneel licht
niet op.
Het apparaat
verwarmt niet.
Het apparaat
verwarmt continu
Het apparaat
verwarmt
onvoldoende.
Hulp
FOUTOPSPORING
Uit te voeren controles
Controleer of de schakelaar aan de onderkant van het apparaat op I staat.
Controleer of het apparaat stroom krijgt.
Druk kort op
Controleer of het apparaat in de programmeermodus staat en in
een geprogrammeerd tijdsblok badkamergebruik.
De tijd die is ingesteld voor dit tijdsblok valt samen met het tijdstip
waarop het toestel begint te verwarmen. Als u wilt dat de kamer
warm is als u aankomt, raden we aan om van tevoren een starttijd
in te stellen voor het gebruik van de badkamer.
Controleer of de schakelaars van de installatie ingeschakeld zijn
en of het systeem voor belastingafschakeling ( als u dat heeft ) de
stroomtoevoer van het apparaat niet heeft uitgeschakeld.
Controleer of het apparaat is ingeschakeld (de schakelaar aan de
onderkant van het apparaat op I). Controleer de luchttemperatuur
in het vertrek: als deze te hoog is ten opzichte van de ingestelde
temperatuur, zal het apparaat niet verwarmen.
Neem rechts onderaan het toestel de temperatuur op ( hier
zit de sensor ). Als deze temperatuur lager is dan de ingestelde
temperatuur, dan is het normaal dat het apparaat verwarmt. Bij
een groot verschil tussen de temperatuur onderaan rechts van het
apparaat en de kamertemperatuur, raden wij u aan om de omgeving
van het apparaat aan te passen. Indien dit niet het geval is, raden
wij u aan te controleren of het vermogen van het toestel geschikt
is voor de grootte van de ruimte. Zorg ook dat het product een
gesloten ruimte verwarmt (geen luchtstroom vanuit niet verwarmde
vertrekken). In geval van problemen ( geblokkeerde thermostaat ...),
zet u gedurende een tiental minuten de stroomtoevoer uit ( zekering,
stroomonderbreker ) en dan weer aan.
Wanneer dit regelmatig voorkomt, moet u de elektriciteitstoevoer
laten nakijken.
Verhoog de temperatuur.
Als de instelling op zijn maximum staat, voert u de volgende
controles uit:
- Controleer of er een andere verwarmingsbron in de ruimte
aanwezig is.
- Controleer of uw apparaat alleen de kamer in kwestie verwarmt
(deur gesloten).
- Controleer de voedingsspanning van het apparaat.
- Controleer of het vermogen van uw apparaat geschikt is voor de
grootte van de kamer.
.
121