Herunterladen Diese Seite drucken

ADEMCO COMPUQUAD Installationshinweise Seite 6

Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 5
®
ALGEMEEN
Door de onovertroffen combinatie van detectie en immuniteit voor
onnodig alarm levert de Compuquad ultieme prestaties. Bovendien heeft
de Compuquad een aantal eigenschappen, die garant staan voor
optimaal functioneren:
• Microprocessor gestuurde algoritmes voor geavanceerde detectie en
de verwerking van onnodig alarm.
• APQ (Alternate Polarity Quad) detector voor verbeterde alarm-
immuniteit.
• Ongevoelig voor alarmen veroorzaakt door huisdieren tot 20kg.
• Automatische aanpassing aan verstoringen vanuit de omgeving.
• Mount Instelbare gevoeligheid.
• Mount Geavanceerde dual-slope temperatuurcompensatie.
• Mount Dual kanaalsupervisie, die bij een storing in een van de kanalen,
automatisch verandert in enkelvoudige kanaalsupervisie.
• Mount Potentiaal vrij Alarm relais en sabotageschakelaar.
• Loopteststand met zonelokatie.
De detector heeft een standaard wide angle spiegel (geplaatst), en een
uitwisselbare long range/curtain spiegel. Er is tevens een, optionele,
1875PA pet alley spiegel verkrijgbaar. De detectoren kunnen geplaatst
worden op, als optie verkrijgbare, draaibare montagebeugels (998SB).
DE SPIEGEL VERWISSELEN OF VERVANGEN
1. Verwijder het deksel van de behuizing door de kop van een
schroevendraaier in de opening tussen deksel en behuizing te
plaatsen en te draaien.
2. Buig de plastic haakjes waarmee de wide angle spiegel vastzit
open, en verwijder de spiegel.
3. Plaats een kant van de long range/curtain spiegel onder een van de
haakjes en klik de andere kant van de spiegel onder het andere
haakje vast. Controleer of de zijkanten van de spiegel goed in de
steunen rusten en kijk of de spiegel goed vastzit.
OPMERKING: Het spiegeloppervlak moet schoon zijn en vrij van
stofjes, deeltjes en vingerafdrukken. Wrijf het oppervlak van de
spiegel eventueel schoon met een zachte schone doek.
HET MASKEREN VAN DE SPIEGEL
Bij de detector wordt een aantal maskeerstickers geleverd. Met deze
strips kunt u het detectiepatroon aanpassen, of een bepaald gebied
uitsluiten van het detectiepatroon, als verstoringen vanuit de omgeving
(veroorzaakt door bijvoorbeeld een radiator of een andere warmtebron)
de PIR stabiliteit in een bepaald deel van het detectiepatroon
verminderen.
Plak de sticker op het betreffende segment. Elk gemaskeerd segment is
een geëlimineerde zone.
OPMERKING: Maskeer altijd het spiegelsegment dat tegenover de te
elimineren zone ligt. Als u bijvoorbeeld de meest rechtse zone wilt
elimineren, maskeert u het meest linkse spiegelsegment.
SPECIFICATIES
Detectiemethode
passief infrarood.
Bereik
- wide angle
10,6m x 13,7m
- long range/curtain
21,3m x 3,0m
Detectiezones
- wide angle
9 zones,
(6 lange en 3 korte).
- long range/curtain
1 zone, 7 banden.
Pulseverwerking
met DIP Switch instelbaar als standaard/hogere-,
en normale/hoge gevoelig-heid.
0,15m - 3m/sec.
Montagehoogte
gemiddeld 2,1m
Indicator
rode LED, die met een DIP switch in werking
gesteld wordt.
Alarmrelais
Potentiaal vrij NC,
16VDC, 0,13A max. met een 15
Ohm weerstand.
Voedingsspanning
9VDC-16VDC met omgekeer-de polariteit.
Stroomverbruik
12mA nom. (geen alarm).
8mA nom. (alarm LED uitgeschakeld).
16mA nom. (alarm LED ingeschakeld)
16mA nom. (tijdens het opwarmen).
Op afstand bedienbare
LED
H = 9 - 16VDC
L = 0 - 3VDC
Input-impedantie meer dan 250kΩ
Temperatuur
van - 29º C tot 50º C.
Vochtigheid
tot maximaal 95% - niet condenserend.
Afmetingen
67mm x 111mm x 48mm
BOVEN AANZICHT
(2,1m Mounage Hoogte)
BREED OPPERVLAK PATRRON
6m
3m
ZIJ AANZICHT
2,1m
0
3m
6m
3m
6m
9m 10,7m
Figuur 1, Detectie Patronen
1,2m
5,5m
Mounteer de detector
PLAFOND
zodanig dat het PIR raam
naar het detectie gebied
PLAFOND
3m
is gericht
3,6m
HOOGTE
VLOER
VLOER
0
3m 4,6m 6m
Figuur 3, Detectie gebied met Plafond gemonteerde unit
Gebruik makend van een lange afstands spiegel
,167$//$7(856+$1'/(,',1*
DETECTIEPATRONEN
In figuur 1 ziet u welke detectiepatronen er ontstaan als de detector op
een hoogte van 2.1 meter gemonteerd is. Het beste resultaat bereikt u
als u de detector zo monteert dat een indringer altijd dwars door het
detectiepatroon loopt.
OPTIMALISEREN
VOOR HUISDIEREN
De MicroQuad kan onnodige alarmen negeren veroorzaakt door
huisdieren tot 20kg als er aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
• Monteer de detector op een hoogte van 2,1 meter.
• Zet de gevoeligheid op STD.
• Zorg ervoor dat huisdieren niet binnen een straal van 1,8 meter van de
detector kunnen komen.
• Richt de detector niet op bijvoorbeeld een trap waardoor huisdieren
binnen een straal van 1,8 meter van de detector kunnen komen.
MONTAGE OP DE WAND OF IN EEN HOEK, EN HET
LEGGEN VAN DE BEDRADING
Monteer de detector altijd op een verticale en solide ondergrond.
1. Verwijder het deksel en de print.
2. Breek de benodigde montagegaten open (zie figuur 2). Gebruik de
montagegaten "A" als u de detector op een wand monteert. Gebruik
de montagegaten "B" als u de detector in een hoek monteert. Breek
daarna de kabelgaten open (X1 of X2 aan de bovenkant van de
detector of X3 aan de onderkant van de detector).
3. Voer de bedrading in de unit. Maak de bedrading vast aan de
schroefklemmen (zie figuur 4).
4. Monteer de unit en zet de print terug.
Voorkom het binnendringen van tocht, vocht en/of insecten door alle
5.
openingen af te dichten met schuim of siliconenrubber (niet bijgeleverd).
a. In het gat van de deksel moet een borgschroef geplaatst
(noodzakelijk om aan ANPI norm te voldoen)
6.
Controleer alle verbindingen en schakel pas dan de stroom in.
7.
Het gat in de bovenrand van de behuizing is bedoeld om een borg
schroef te plaatsen.
MONTAGE OP HET PLAFOND (OPTIONEEL)
Als u een long range/curtain spiegel gebruikt, kunt u de detector ook aan
het plafond monteren.
U krijgt dan een, naar voren gericht, gordijnpatroon van 4,5 tot 6 meter
(zie figuur 3). U monteert de detector op dezelfde manier als waarop u
een detector op de wand monteert. Het enige verschil is dat u de
detector op het detectiegebied moet richten.
INSTELLINGEN VAN DE DIP SWITCH
De DIP Switch wordt gebruikt voor het selecteren van de normale stand,
de loopteststand en de opties voor de pulseverwerking.
DIP Switch Positie 1. Normale Stand of Loopteststand
OFF = Normale Stand
ON
= Looptest
DIP Switch Positie 2. Opties Pulseverwerking
OFF = Standaard Pulse
Aanbevolen instelling als de kans op onnodig alarm zoveel
mogelijk
omgevingsinvloeden worden getolereerd.
ON
= Snellere Pulse
Aanbevolen instelling voor locaties waar een indringer slechts
een klein deel van het detectiepatroon betreedt. Normale
omgevingsinvloeden worden getolereerd. Zet de DIP Switch
alleen op deze stand als u een long range/curtain spiegel
gebruikt.
DIP Switch Positie 3. LED in of Buiten Werking
OFF = De LED is in Werking
ON
= De LED is Buiten Werking
DIP Switch Positie 4. Gevoeligheid
OFF = Normale Gevoeligheid
Aanbevolen instelling om de kans op onnodig alarm zoveel
mogelijk terug te brengen. Extreme omgevingsinvloeden
worden getolereerd.
ON
= Hoge gevoeligheid
Aanbevolen instelling op plaatsen waar de temperatuur de
temperatuur van het menselijk lichaam kan benaderen
(ongeveer 32º C) en waar een hoge detectiesnelheid vereist is.
DE REMOTE LED INGANG
De remote LED input domineert de DIP switch instellingen voor de LED:
Hoge Input = LED Buiten Werking
Lage Input
GANG / GORDIJN PATROON
BOVEN AANZICHT (2,1m Mountage Hoogte)
SIDE VIEW
2,1m
0,8m
0,9m
3m
10,7m
NOTE:
HET DETECTIE PATROON VAN DE DETECTOR IN
DE OMGEKEERDE POSITIE IS IDENTIEK AAN
DIE VAN DE NORMALE POSITIE BEHALVE DAT
DE STRALEN OMHOOG GERICHT ZIJN.
BOVEN
+
NC C
LED
AANZICHT
TAMPER
EOLR
9-16VDC
ALARM
(3,6m
TROUBLE
TERM.
INPUT
RELAY
OUTPUT
plafond
hoogte)
MICRO
TAMPER
SWITCH
DIP Switch
LED
ZIJ
AANZICHT
Figuur 4, Bedrading Details
ALARM DEVICE MANUFACTURING COMPANY
VAN
DE
ONGEVOELIGHEID
teruggebracht
moet
worden.
= LED in Werking
X1
X2
B
A
1m
Prongs
3m
1m
21,3m
B
A
Schroevedraaier hier
indrukken om te openen
Figuur 2,. Achter Zijde van de
Behuizing met Spiegel
UIT
AAN
1
Normale Stand
Looptest Stand
2
Standaard Pulse
Snellere Pulse
3
LED is in Werking
LED Buiten Werking
4
Normale Gevoeligheid
Hoge Gevoeligheid
Figuur 5, DIP Switch Functies
A DIVISION OF PITTWAY CORP.
165 Eileen Way, Syosset, New York 11791
Copyright © 1997 PITTWAY CORPORATION
Compuquad BewegingsDetector
EOLR AANSLUITING
Als het nodig is gebruik dan deze aansluiting als een knooppunt om een
end-of-line weerstand aan te sluiten, als volgt:
1.
Sluit de end-of-line weerstand aan tussen een tussen een
aansluiting van het alarmrelais en de EOLR aansluiting.
2.
Sluit de EOLR zone draad aan op de EOLR aansluiting.
3.
Sluit de andere zone draad aan op de andere aansluiting van het
alarmrelais.
DE TROUBLE UITGANG
De detector heeft geavanceerde dual channel supervisie en een output
aansluiting voor storingen/trouble. Als er zich op een van de twee
kanalen een storing voordoet functioneert de detector als een PIR met
dual element. Controleer de werking van de detector regelmatig door
een looptest uit te voeren. De detector moet vervangen worden als hij
alleen nog als single channel functioneert.
OPMERKING: Als de detector als single channel functioneert kunt u
geen looptest uitvoeren.
Als er zich een storing voordoet, knippert de LED steeds twee keer kort
achter elkaar (ook als de LED buiten werking gesteld is). Als de unit is
teruggevallen op single channel PIR met dual element gaat de LED
(mits hij in werking gesteld is) branden als er zich een alarm voordoet.
Bij een storing wordt de spanning van de open collector trouble output
laag (als er een 1000Ω pull-up weerstand van de + is aangesloten).
Als er een kanaal verloren gaat wordt de trouble output geactiveerd en
gaat de LED kortstondig knipperen. Dit gebeurt echter ook als:
a. De interne diagnostiek een verminderde werking van de
circuitcomponenten constateert, en.
b. Als de omgevingsfactoren te veel verstoring geven.
OPMERKING: De twee hierboven genoemde factoren worden normaal
gesproken automatisch gecompenseerd. Als de situatie echter zodanig
is dat de Compuquad niet tot compensatie in staat is, wordt de trouble
uitgang geactiveerd en gaat de LED knipperen.
TESTS
Wacht, voordat u een test gaat uitvoeren, tot de detector opgewarmd is
en de LED dooft (ongeveer 30 seconden).
OPMERKING: Tijdens het opwarmen wordt het alarm relais niet
aangesproken.
Looptest
De grenzen van het detectiepatroon kan met een looptest worden
vastgesteld. Zet de detector in looptest door:
1. Het deksel van de unit te verwijderen en DIP Switch 1 op ON te
zetten.
OPMERKING: Het alarmrelais is open als de de-tector in de
loopteststand staat. Dit om te voorkomen dat u de unit per ongeluk
in de loopteststand laat staan.
2. Zet het deksel terug en loop door het beveiligde gebied. De LED
gaat even branden als u de grens van het beveiligde gebied
passeert.
3. Verlaat de loopteststand door DIP Switch 1 op OFF te zetten.
Test Met De Detector In De Normale Stand
Nadat u een looptest heeft uitgevoerd moet u nog een test uitvoeren
Extreme
terwijl de detector in de normale stand staat:
1. Verwijder het deksel van de unit en controleer of DIP Switch 2 goed
is ingesteld.
2. Stel de LED in werking door DIP Switch 3 op OFF te zetten.
3. Plaats het deksel terug en loop door het beveiligde gebied.
Controleer of de LED gaat branden als er beweging in het beveiligde
gebied is.
OPMERKING: Het relais is open als de LED brandt.
4. Nadat u deze looptest heeft uitgevoerd, stelt u eventueel de LED
buiten werking (DIP Switch 3 op ON).
VOORKOMEN VAN ONNODIG ALARM
Om een goede werking van de detector zeker te stellen moet de
gebruiker ervoor zorgen dat:
1. De stroom altijd ingeschakeld is. Als de stroom uitgeschakeld wordt
verandert de status van de alarmcontacten in een alarmstatus. De
unit dient altijd aangesloten te zijn op een noodstroomvoorziening die
de detector tenminste vier uur lang stroom kan leveren.
2. De detector nooit verplaatst of anders gericht wordt zonder dat daarbij
de hulp van de installateur wordt ingeroepen.
3. De indeling van de ruimte waarin de detector geplaatst is, niet
veranderd wordt. Als er meubilair of opgeslagen goederen verplaatst
worden kan het zijn dat de detector opnieuw - door de installateur -
ingesteld moet worden.
4. Er regelmatig een looptest wordt uitgevoerd (tenminste eenmaal per
week) om het goed functioneren van de detector(en) zeker te stellen.
De beperkingen van uw passieve infrarood bewegingsdetector
B
A
Alhoewel de passieve infrarood bewegingsdetector een zeer betrouwbaar waarnemingsapparaat is, biedt het toch
geen gegarandeerde bescherming tegen inbraak. Elk detectieapparaat is onderhevig aan tekortkomingen of kan
weigeren wegens een aantal redenen:
Passieve infrarood bewegingsdetectors nemen slechts indringers waar binnen het
daarvoor bestemde bereik als beschreven in deze handleiding.
Passieve infrarood bewegingsdetectors bieden geen bescherming voor de gehele ruimte.
Ze creëren meervoudige beschermingsstralen, en een indringer kan alleen worden
waargenomen in de niet aan waarneming onttrokken gebieden die bestreken worden door
deze stralen.
Passieve infrarood detectors kunnen geen beweging of indringers waarnemen achter muren,
A
B
plafonds, vloeren, gesloten deuren, glazen afscheidingen, glazen deuren of ramen.
X3
Mechanische sabotage, afscherming, schilderen, of het spuiten van een bepaald materiaal
op de lenzen, vensters of op welk deel dan ook van het optische systeem kan het
waarnemingsvermogen van de passieve infrarood bewegingsdetector verminderen.
Passieve infrarood detectors merken temperatuursveranderingen op: echter, als de
omringende temperatuur van het beschermde gebied tussen de 32ºC en de 40ºC ligt, of
daar vlakbij, dan kan het waarnemingsvermogen afnemen.
Deze passieve infrarood detector werkt niet als hij niet aangesloten is op de juiste
gelijkspanning, of als de gelijkspanning onjuist is aangesloten (d.i. als de polen zijn
verwisseld).
Bij passieve infrarood detectors kunnen, net als bij andere elektrische apparaten,
bepaalde elektronische componenten eventueel defect raken. Ook al is dit apparaat
ontworpen om minstens 10 jaar mee te gaan, toch kunnen de elektronische onderdelen
op een bepaald moment defect raken.
We hebben een aantal van de meest voorkomende redenen opgenoemd waarom een
passieve infrarood bewegingsdetector kan falen in het waarnemen van een indringer. Dit
houdt echter niet in dat het de enige redenen zijn, en daarom bevelen wij het wekelijks testen
van dit type apparaat aan, in samenhang met het wekelijks testen van het hele alarmsysteem,
om ervoor te zorgen dat de detectors op de juiste manier blijven functioneren.
Het installeren van een alarmsysteem kan de eigenaar een lagere verzekeringspremie
bezorgen, maar een alarmsysteem is geen vervanging voor een verzekering. Huiseigenaren,
eigenaren van gebouwen en huurders moeten steeds voorzichtig blijven bij het beschermen
van zichzelf en zij moeten hun leven en hun bezit blijven verzekeren.
Wij
zijn
steeds
bezig
met
beschermingsapparaten. Gebruikers van alarmsystemen zijn het aan zichzelf en aan hun ge-
zinsleden verschuldigd om op de hoogte te blijven van deze nieuwe ontwikkelingen.
Part 3 of N8234-1V1 12/98
&203848$'
WAARSCHUWING
het
ontwikkelen
van
nieuwe
en
geperfectioneerde
loading