De afstand tussen de pomp en de zwembadwand moet overeenstemmen met de
slanglengte van de pompslangen
de pomp later op elk ogenblik toegankelijk is voor service en onderhoud.
– Om per ongeluk omvallen van de pomp te voorkomen, monteert u deze op een
cementvloer of op een houten plaat (zie af. D).
De ondergrond moet een draagvermogen van meer dan 18 kg hebben.
De pomp wordt geleverd met een geopend luchtaflaatventiel
ventiel mag niet worden dichtgedraaid voordat u bij stap 8 bent. Het niet naleven
van deze instructies kan tot gevolg hebben dat er zich lucht verzamelt binnen in het
pomphuis en dat de motor droogloopt, luid wordt en uitvalt.
1. Zorg dat er een wateraansluiting voor het vullen van het zwembad aanwezig is
en dat de chemische producten klaar staan.
2. Monteer eerst het zwembad.
3. Steek de mondstukverbinding (bestaande uit de inlaataansluiting
inlaatmondstuk
4. Bevestig de luchtadapter van de zwembadinlaat
klem
op de linker slangaansluiting.
22
5. Schroef het luchtstraalventiel
6. Steek de filtereenheid (bestaande uit de filteraansluiting
langs binnen in de rechter slangaansluiting
De rechter slangaansluiting is gemarkeerd met een "+" op de zwembadfolie.
7. Steek beide pompslangen
8. Bevestig de pompslangen met de slangklemmen.
9. Bevestig de bovenste pompslang langs buiten met een slangklem op de rechter
slangaansluiting.
10. Bevestig de onderste slang met een slangklem op de luchtadapter van de zwem-
badinlaat.
11. Controleer of alle slangklemmen stevig zijn vastgezet.
Zorg dat het luchtstraalventiel stevig op de luchtadapter van de zwembadinlaat
is geschroefd en naar boven is gericht.
12. Schroef de behuizingsmanchet
13. Verwijder de behuizingskap
14. Controleer of er een filterpatroon
15. Steek de stroomkabel van de pomp in de transformator
telmoer vast.
. Bij het monteren moet worden verzekerd dat
23
) langs binnen in de linker slangaansluiting
27
stevig op de luchtadapter van de zwembadinlaat.
25
op de slangaansluitingen van de pomp.
23
tegen de klok in van het pomphuis af.
19
.
20
21
langs buiten met een slang-
24
.
16
in het pomphuis zit.
. Het luchtaflaat-
18
en het
26
(zie afb. C).
15
en filterzeef
29
28
en schroef de warm-
30
)
21