Regenfasspumpe_420604.book Seite 49 Dienstag, 22. September 2015 11:08 11
• De stekker niet met natte handen vastnemen! De
kabel altijd aan de stekker, niet aan de kabel uit-
trekken.
• De kabel niet plooien, platdrukken, er niet aan
trekken of over rijden; beschermen tegen
scherpe hoeken, olie en hitte.
• Apparaat niet aan de kabel optillen of de kabel
anders aan het eigenlijke gebruiksdoel onttrek-
ken.
• Controleer voor ieder gebruik de stekker en de
kabel.
• Bij beschadiging van het netsnoer onmiddellijk
de stekker uittrekken. Het apparaat nooit met
beschadigd netsnoer gebruiken.
• Als het apparaat niet gebruikt wordt, moet de
stekker altijd uitgetrokken zijn.
• Voor u de stekker in het stopcontact steekt,
moet het apparaat uitgeschakeld zijn.
• Voor u de stekker uittrekt het apparaat altijd uit-
schakelen.
• Apparaat bij het transport stroomloos schakelen.
Apparaatspecifieke veiligheidsaanwijzingen
• Er mogen geen verlangkabels worden gebruikt.
• Het toestel niet installeren en inschakelen als er
personen of dieren zijn die zich in het transport-
medium bevinden of er contact mee hebben.
• Let erop dat de bewegende delen zich ook ach-
ter ventilatieopeningen kunnen bevinden.
• Symbolen die zich op uw toestel bevinden,
mogen niet worden verwijderd of afgedekt.
Onleesbare instructies op het toestel moeten
direct worden vervangen.
Lees de gebruiksaanwijzing en neem ze in
acht voor de ingebruikname.
Overzicht van het toestel
► P. 3, punt 1
1. Drukaansluiting met slangkoppeling
2. Hoogteverstelling van de vlotterschakelaar
3. Vlotterschakelaar
4. Haken voor het ophangen
5. Drukslang met afsluitkraan
6. Draaggreep
7. Netsnoer met stekker
8. Hoogteverstelling van de drukleiding
Bediening
Plaatsing
Het toestel vereist een oppervlak van min. 50 × 50
cm (opdat de vlotterschakelaar foutloos werkt, moet
hij vrij kunnen bewegen).
Het toestel mag hoogstens tot de in de technische
gegevens genoemde waterdiepte worden onderge-
dompeld.
Het toestel zo plaatsen dat de aanzuigopeningen niet
door vreemde voorwerpen geblokkeerd kunnen wor-
den (toestel indien nodig op een vaste vlakke onder-
grond plaatsen).
U kunt het apparaat ook aan de rand van het vloei-
stofreservoir hangen.
LET OP! Risico op schade aan het appa-
raat! De pomp niet aan de kabel of aan de
drukslang optillen aangezien de kabel en de
drukslang niet geschikt zijn voor de trekbe-
lasting door het gewicht van de pomp.
– De pomp schuin in de te transporteren vloeistof
dompelen zodat er zich aan de onderzijde geen
luchtkussens vormen. Hierdoor zou het aanzui-
gen worden verhinderd. Zodra de pomp is
ondergedompeld, kan ze weer overeind worden
gezet.
– Drukleidinghoogte zo instellen dat de pomp zo
diep mogelijk in de regenton wordt onderge-
dompeld (► P. 3, punt 2).
– Pompen op de bodem van het vloeistofreservoir
ledigen of met de haak (4) ophangen.
Werking
LET OP! Risico op schade aan het appa-
raat! Apparaat niet laten drooglopen.
– Drukleiding op slangkoppeling plaatsen en laten
vastklikken.
– Afsluitkraan openen.
Nadat het toestel op het stroomnet is aangesloten,
wordt het automatisch in- en uitgeschakeld door de
vlotterschakelaar:
1
2
3
• Het toestel begint te transporteren als de vlotter-
schakelaar door de vloeistof naar boven is
getild (1).
• Het toestel wordt uitgeschakeld als de vlotter-
schakelaar naar onder is gelaten (2).
De kabel voor de vlotterschakelaar kan in de kabel-
houder (3) worden verschoven. Hierdoor wordt de
afstand tussen het in- en uitschakelpunt versteld:
• Korte kabel: In- en uitschakelpunt liggen dicht bij
elkaar.
• Lange kabel: In- en uitschakelpunt liggen ver uit
elkaar.
LET OP! Risico op schade aan het appa-
raat! De vlotterschakelaar moet zo kunnen
bewegen dat de dompelpomp niet in droge
toestand kan draaien.
NL
49