Ingebruikname / Bediening
Begin bij de onderste delen. De sluitingen
klikken in elkaar.
Vangbak aanbrengen /
Q
verwijderen
c Gevaar!
J
Schakel het apparaat uit! Wacht tot het
maaimes
volledig stilstaat!
21
Aanbrengen
j
Til de beschermdeksel
j
Hang de vangbak
inrichtingen y en plaats de bak in de uitwerp-
schacht u van het maaisel (zie afb. B).
j
Leg de beschermdeksel
Verwijderen
j
Til de beschermdeksel
j
Verwijder de vangbak
Maaihoogte instellen
Q
m Gevaar!
J
Schakel het apparaat uit! Wacht tot het
maaimes
volledig stilstaat!
21
J
De maaihoogte van het apparaat kan in 6
standen worden ingesteld van 20 tot 70 mm
(zie afb. D).
Tip
J
Stel voordat u voor de eerste keer gaat maaien
in het seizoen, als de grashalmen minstens 5
tot 6 cm hoog zijn, een hoge maaihoogte in.
Maai vervolgens zoveel mogelijk met dezelfde
ingestelde maaihoogte. Herhaal zolang het
gazon groeit deze handeling zo mogelijk we-
kelijks, tot de herfst. Maai vlak voor de winter-
periode de laatste keer het gazon op de ge-
bruikelijke maaihoogte.
j
Draai de hendel voor het ontgrendelen van de
maaihoogte-instelling
j
Til de grasmaaier omhoog of laat deze zakken
tot de gewenste maaihoogte is bereikt.
24 NL/BE
op.
11
in de bovenste ophang-
10
op de vangbak
11
op.
11
.
10
naar buiten.
12
j
Vergrendel de hendel van de maaihoogte-
instelling
12
Netstroom aansluiten
Q
c Gevaar!
j
Sluit de contrastekker van het verlengsnoer aan
op de netstekker
j
Hang het verlengsnoer aan de kabeltrekontlas-
ting
.
7
Bediening
Q
Apparaat in- en uitschakelen
Q
.
10
j
Schakel het apparaat alleen in als het maai-
mes
en de motor volledig stilstaan!
21
j
Schakel het apparaat in geen geval kort achter
elkaar in en uit!
Inschakelen
j
Druk op de veiligheidsknop
ingedrukt.
j
Trek vervolgens aan de beugelschakelaar
op de greep van de duwboom
j
Houd de beugelschakelaar
veiligheidsknop
Uitschakelen
j
Laat de beugelschakelaar
Het maaimes
nadat het apparaat is uitgeschakeld!
Vermijd ieder contact met het scherpe,
snel draaiende maaimes
Apparaat hanteren
Q
j
Maai uitsluitend in voorwaarste bewegingen
en in een langzaam tempo.
j
Begin in de buurt van het stopcontact, aan de
rand van het gazon.
weer.
.
4
en houd deze
3
.
1
vast en laat de
5
los.
3
los.
5
loopt nog even uit,
21
!
21
5