Veiligheidswaarschuwingen
• Dit
toestel is
GEEN
optreden
van plotselinge zuigelingensterfte (zgn. wiegendood)
niet voorkomen.
• Dit toestel kan het directe toezicht op uw kind door een
volwassene NIET vervangen. Controleer regelmatig de ligging van
uw kind. Risicokinderen en vroeggeborenen moeten altijd onder
toezicht staan van een arts of hiervoor opgeleid medisch
personeel.
• Zorg ervoor dat de Oudereenheid NIET in de buurt staat van
draadloze toestellen of microgolfovens. Dit kan de verzending van
het alarmsignaal verstoren.
• De sensormatjes kunnen trillingen opvangen die afkomstig zijn
van trillingsbronnen
binnen
bijv.: ventilatoren, wasmachines, harde muziek, ed. Verwijder
zorgvuldig alle trillingsbronnen vóór ingebruikname van de
Angelcare®. Vermijd het aanraken van het bedje als het toestel
aanstaat.
Zie
ook
bewegingsgevoeligheid" en "Problemen & oplossingen".
• Gebruik het toestel nooit in een schommelbedje.
• Plaats beide units ALTIJD rechtop op een vlakke ondergrond en
buiten bereik van uw baby.
• Raak de uiteinden van de adaptersnoeren NIET aan als deze in het
stopcontact steken.
• De Angelcare® maakt gebruik van geluidsgolven met frequenties
die binnen het publieke domein liggen. Het is daarom mogelijk
dat de ouder unit signalen of storingen van andere babyfoons in
uw omgeving opvangt. Onder bepaalde omstandigheden kunnen
tevens signalen van uw toestel door anderen worden
opgevangen. Ter beveiliging van uw privacy, raden wij u aan beide
units na gebruik uit te zetten.
• Voer zelf geen reparaties uit en contacteer rechtstreeks de
importeur/distributeur (zie pag. 71).
Instructies
BEWAARADVIES: Bewaar deze handleiding om later eventueel te
kunnen raadplegen.
SCHADE DOOR WATER, VOCHT OF HITTE: Geen van de onderdelen
mag in aanraking komen met water (wasbak, badkuip, zwembad) of
hitte (fornuis, radiator).
VENTILATIE: Plaats de units ALTIJD rechtop op een vlakke
ondergrond, zodat de luchtcirculatie eromheen niet belemmerd
wordt.
NETSTROOMVOORZIENING: Gebruik ALLEEN de door Angelcare®
geleverde netstroomadapters.
KABELBEVEILIGING: Voorkom beschadiging van de sensormat- en
adaptersnoeren. Leid de snoeren zodanig dat er niet overheen
gelopen kan worden en zij niet geklemd geraken door voorwerpen
die ertegen of erbovenop geplaatst worden.
REINIGING: Trek eerst alle stekkers uit het stopcontact. NIET in
water onderdompelen. Toestel afstoffen met een droog doek.
Gebruik GEEN schoonmaaksprays of oplosmiddelen. Veeg de
sensormatjes af met een licht bevochtigde doek met een
ontsmettingsmiddel of een milde zeepoplossing.
BESCHERMING TOESTEL: Let op dat geen voorwerpen op de units
kunnen vallen of dat geen vloeistoffen kunnen binnendringen via
openingen in de units of de sensormatjes.
OPBERGEN: Wanneer u de monitor langere tijd niet gebruikt,
verwijder de batterijen in beide units
en trek de stekkers uit het stopcontact.
Testen van de Angelcare® Geluids- en Bewegingsbabyfoon
NB: Test uw Angelcare® monitor VÓÓR ingebruikname en daarna
met regelmatige tussenpozen.
medisch
hulpmiddel en
en
buiten
de
babykamer,
de
hoofdstukken
"Instelling
De Angelcare ® kan ook in een andere slaapomgeving dan het bedje
gebruikt worden. Wanneer u de sensormatjes in een andere
omgeving gebruikt, moet u de monitor opnieuw testen om
kan
het
eventueel de bewegingsgevoeligheid van de monitor aan de nieuwe
omgeving aan te passen. Zie: "Instelling bewegingsgevoeligheid".
Stap 1. Zet de keuzeschakelaar op de baby unit op de stand "Sound
Only" (alleen geluid). Vraag iemand om in de baby unit te spreken of
gebruik een radio. Controleer of het geluid door de ouder unit wordt
opgevangen. Indien de ouder unit geen geluidssignalen opvangt,
kunt u de mogelijke oorzaak in het hoofdstuk "Problemen &
oplossingen" vinden. Zorg dat beide units steeds op hetzelfde
kanaal A, B of C afgestemd staan. Als het geluid op één van de
gekozen kanalen niet zuiver is, schakel dan beide units over op een
ander kanaal.
Stap 2. Test het toestel om de bewegingen waar te nemen. Schakel
de baby unit aan en selecteer de stand "Movement" . Beweeg uw
hand zachtjes over de matras en bij elke beweging zal het groene
waaklichtje oplichten. Verwijder uw hand van de matras. Nu er geen
beweging meer wordt waargenomen, zal het groene waaklichtje
doven en na 15 seconden zal er een luide "Tic" van het vooralarm te
horen zijn. Vijf seconden later treedt dan het alarm in werking en zal
het oplichtende waaklichtje continu rood blijven branden.
NB: Het niet in werking treden van het alarm kan veroorzaakt
worden door trillingen van buitenaf die door de sensormatjes
worden opgevangen. Deze trillingen kunnen veroorzaakt worden
door ondermeer tocht, trillende voorwerpen of door personen die in
direct contact staan met het bedje. Vermijd aanraking van het bedje
zolang het toestel in werking is. Het is ook mogelijk dat u de
gevoeligheid van de sensormatjes moet verminderen. Zie daarvoor
het hoofdstuk "Instelling bewegingsgevoeligheid".
Stap 3. Om het alarm te stoppen, plaatst u uw hand zachtjes op het
matras, zodat de sensormatjes weer beweging waarnemen. Het
rode alarmlicht op de ouder unit blijft nog even knipperen en dooft
na ongeveer één minuut (Afb. 3).
Stap 4. Test het functioneren van beide units op batterijstroom door
de netstroomadapters uit te schakelen. Het groene lampje, dat de
stroomtoevoer aangeeft, moet op beide units blijven branden.Bij
oplichten van de "zwakke batterij" indicator:
Ouder unit (ontvanger):
- Type AC301: de niet-oplaadbare batterijen vervangen
- Type AC301-R: de oplaadbare batterijen van de ouder unit 12 uur
opladen
Baby unit (zender):
Types AC301 en AC301-R: u hoort een snel tiksignaal, de
temperatuurindicator dooft en elke 30 seconden hoort u een
piepsignaal. Vervang meteen de batterijen (altijd niet oplaadbaar).
Doet u dit niet, dan wordt het lichtje rood en werkt de monitor niet.
2
3
1
4
0
5
gevoeligheid te verhogen of verlagen. Stel het apparaat NIET willekeurig
in op een grotere gevoeligheid, behalve bij vals alarm. Volg steeds eerst
de adviezen op onder "Problemen & oplossingen".Noteer steeds de
oorspronkelijke stand van de schakelaar, zodat u deze nadien op dezelfde
stand kunt terugzetten.
Wanneer het toestel de beweging slechts zwak waarneemt, zal het
waarschuwingslichtje van het alarm rood knipperen en eventueel een
luide "Tic" van het vooralarm te horen zijn. Dit kan gebeuren wanneer uw
baby in een diepe slaap is of zich naar een hoek van het bedje - van de
sensormatjes af - bewogen heeft. Wanneer dit NIET verder leidt tot het
in werking treden van het alarm, dan hoeft u de bewegingsgevoeligheid
niet aan te passen. Wanneer het waarschuwingslichtje van het alarm
vrijwel continu rood knippert en uw baby bevindt zich wel boven één van
de sensormatjes, dan kan er vals alarm ontstaan. In dit geval moet u de
gevoeligheid iets verhogen. Test de monitor opnieuw.
37
Gebruiksaanwijzing
Instelling bewegingsgevoeligheid
De bewegingsgevoeligheid is in de fabriek afgesteld
op een niveau dat in de meeste gevallen een goede
bewegingswaarneming garandeert. Onder bepaalde
omstandigheden kan het echter nodig zijn deze