Een lekkende accu mag niet worden gebruikt en aangeraakt.
De accu mag niet worden gebruikt of geplaatst in de buurt van open vuur, een verwarming of
hoge temperatuur (hoger dan 80 °C (176 °F)).
De accu mag niet worden gebruikt op een plaats waar statische elektriciteit van meer dan
100 V wordt gegenereerd.
De accu mag niet worden ondergedompeld in vloeistof, zoals water of drank.
De accu mag niet in of vlakbij een magnetron of andere kookapparatuur worden geplaatst.
De accu mag niet worden gebruikt in apparaten waarvoor de accu niet bedoeld is.
Kortsluiting van de accu is niet toegestaan.
De accu mag niet worden blootgesteld aan hevige stoten.
De accu mag niet worden gepenetreerd met een spijker en het is niet toegestaan met een
hamer op de accu te slaan.
De accu mag niet uit elkaar worden gehaald.
Bij transport moet de accu veilig verpakt zijn in een hoes of doos.
De accu mag niet worden opgeladen in de buurt van ontvlambare stoffen.
Laad het apparaat alleen op met oplaadapparatuur die is goedgekeurd door
i.safe MOBILE GmbH.
Laad de accu alleen op bij omgevingstemperaturen tussen 0 °C en +45 °C (+32 °F en +113 °F).
De accu mag alleen binnen worden opgeladen onder droge omstandigheden.
De accu mag niet worden opgeladen in een stoffige of vochtige omgeving.
Als de accu gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, moet deze uit het apparaat worden
gehaald. De accu moet elke 3 tot 6 maanden worden opgeladen tot circa 50 % tot 70 % om
diepontlading te voorkomen.
De accu moet worden bewaard op een koele, droge plek, zodat deze intact blijft.
De accu mag niet worden bewaard samen met metalen voorwerpen.
De accu mag niet worden weggegooid met huishoudelijk afval.
De accu moet worden gerecycled volgens lokale regels en voorschriften.
DEFECTEN EN BESCHADIGING
Mochten er redenen zijn om te vermoeden dat de veiligheid van het apparaat gecompromit-
teerd is, moet het gebruik onmiddellijk worden gestopt en het apparaat uit een
explosiegevaarlijke omgeving worden verwijderd. Er moeten maatregelen worden
getroffen om het onopzettelijk inschakelen van het apparaat te voorkomen.
De veiligheid van het apparaat kan bijv. gecompromitteerd zijn, indien:
er storingen optreden.
er schade zichtbaar is aan de behuizing van het apparaat.
het apparaat is blootgesteld aan extreme belastingen.
het apparaat onjuist is opgeborgen.
merktekens of labels op het apparaat onleesbaar zijn.
Het is raadzaam om een apparaat dat defecten en beschadigen vertoont of waarvan
dit wordt vermoed, terug te sturen naar i.safe MOBILE GmbH voor onderzoek.
NL
133