Veilig gebruik van het apparaat
a)
Houd het apparaat in perfecte technische staat. Controleer het apparaat vóór elk gebruik op algemene
schade en controleer vooral op gebarsten onderdelen of elementen en op andere omstandigheden die
de veilige werking van het apparaat kunnen beïnvloeden. Indien schade wordt geconstateerd, dient het
apparaat voor gebruik ter reparatie te worden aangeboden.
b)
Verplaats, verstel of draai het apparaat niet tijdens het werk.
c)
Maak het apparaat regelmatig schoon om te voorkomen dat hardnekkig vuil zich ophoopt.
d)
Het is verboden aan de structuur van het apparaat te zitten om de parameters of de constructie ervan
te wijzigen.
e)
Houd het apparaat uit de buurt van vuur- en warmtebronnen.
f)
Overbelast het apparaat niet. De zwaarste last moet in of nabij het midden worden geplaatst. Plaats
geen voorwerpen te dicht bij de rand, want dan bestaat het risico dat ze per ongeluk vallen.
Installatie
NL