- De diamantkomschijf (9) op de steunflens (8)
leggen. Deze dient gelijkmatig op de steunflens te
liggen.
- De 2 kanten van de spanmoer (10) zijn
verschillend. De spanmoer zo op de as
schroeven, dat de kraag van de spanmoer (10)
naar boven wijst.
- Spindel vastzetten (zie hoofdstuk 7.1). De
spanmoer (10) met de tweegaatssleutel (11) met
de wijzers van de klok mee vastzetten.
Verwijderen:
- Spindel vastzetten (zie hoofdstuk 7.1). De
spanmoer (10) met de tweegaatssleutel (11)
tegen de wijzers van de klok in afschroeven.
7.3
Steunschijf voor fiberschijven
aanbrengen/verwijderen
Zie pagina 3, afbeelding B.
Aanbrengen:
- De steunflens (8) op de as (7) plaatsen. Hij is op
de juiste wijze aangebracht, als hij op de as niet
kan worden gedraaid.
- Spindel vastzetten (zie hoofdstuk 7.1).
- Steunschijf (12) op de as (7) steken.
- Fiberschijf (13) erop leggen.
- Speciale spanmoer (14) op de as (7) schroeven.
- Met tweegaatssleutel (11) met de klok mee
vastzetten.
Verwijderen:
- Spindel vastzetten (zie hoofdstuk 7.1).
- Met de tweegaatssleutel (11) tegen de klok in
afschroeven.
7.4
Hechtsteunschijf aanbrengen/
verwijderen
Zie pagina 3, afbeelding C.
Aanbrengen:
- Steunflens verwijderen en wegleggen.
- Spindel vastzetten (zie hoofdstuk 7.1).
- Hechtsteunschijf (15) op de as schroeven en met
de hand vastdraaien.
Verwijderen:
- Spindel vastzetten (zie hoofdstuk 7.1).
- Hechtsteunschijf (15) met de hand tegen de klok
in afschroeven.
8. Gebruik
De machine altijd met beide handen aan de
daarvoor bestemde handgrepen van de
haakse slijper geleiden.
8.1
Werken nabij wanden
Zie pagina 3, afbeelding E.
Voor het openen en sluiten van het segment
(20) de machine uitschakelen en de stekker uit
het stopcontact trekken. Het inzetgereedschap
mag niet meer bewegen.
Alleen voor het werken dichtbij de wand het
segment (20) openen door te draaien. Voor
alle andere werkzaamheden moet het segment
gesloten zijn.
Het geopende gedeelte van de beschermkap moet
in de richting van de wand wijzen.
8.2
Toerental instellen
Afhankelijk van de toepassing het optimale
toerental instellen met de stelknop (6).
8.3
In-/uitschakelen
Pak de machine altijd met beide handen vast.
Eerst inschakelen, dan het inzetgereedschap
naar het werkstuk bewegen.
Voorkom onverhoeds starten: de machine
altijd uitschakelen wanneer de stekker uit het
stopcontact wordt gehaald of wanneer sprake is
geweest van een stroomonderbreking.
Het opzuigen van extra stof en spanen door de
machine moet worden voorkomen. Bij het in-
en uitschakelen moet erop worden gelet dat zich
geen neergeslagen stof in de buurt van de machine
bevindt. Leg de machine na het uitschakelen pas
weg wanneer de motor tot stilstand is gekomen.
Bij continue inschakeling draait de machine
door wanneer hij uit uw handen wordt
getrokken. Houd de machine daarom altijd met
beide handen vast aan de hiervoor bestemde
handgrepen, zorg ervoor dat u stevig staat en werk
geconcentreerd.
Voorkom dat de machine stof en spaanders
opjaagt of naar binnen zuigt. De machine na
het uitschakelen pas wegleggen wanneer de motor
tot stilstand is gekomen.
0
Inschakelen: schakelschuif (3) naar voren
schuiven. Voor een langdurige inschakeling
vervolgens naar beneden klappen tot hij
vastklikt.
Uitschakelen: op het achterste uiteinde van de
schuifschakelaar (3) drukken en loslaten.
8.4
Tips voor het werk
Schuren van oppervlakken:
plaats de machine met het volledige oppervlak van
het inzetgereedschap op het werkstuk. De machine
matig aandrukken en over het oppervlak heen en
weer bewegen.
Schuren met schuurpapier:
De machine matig aandrukken en over het
oppervlak heen- en weer bewegen, zodat het
werkstukoppervlak niet te heet wordt.
9. Onderhoud
Controleer voor ieder gebruik of er delen
ontbreken, versleten, gebroken, gescheurd of
beschadigd zijn. Een defecte of onvolledige
beschermkap niet gebruiken.
NEDERLANDS nl
3
I
29