In elektrische schrikdraadinstallaties bedoeld om vogels ervan te weerhouden
een nest te bouwen op gebouwen, mag de prikkeldraadafrastering niet worden
verbonden met de aardingselektrode van de generator. Elke plaats waar
personen toegang hebben tot de kabels dient te worden voorzien van een
waarschuwingssymbool.
Indien een elektrische schrikdraadinstallatie over de openbare weg is
aangelegd, dient de elektrische schrikdraadinstallatie daar te worden voorzien
van een niet onder stroom staand hek of oversteekplaats. Op een dergelijke
oversteekplaats dienen de aangrenzende onder stroom staande draden te
worden voorzien van een waarschuwingssymbool.
Elk deel van een elektrische schrikdraadinstallatie die is aangelegd langs de
openbare weg of een openbaar pad dient op regelmatige afstanden te worden
voorzien van waarschuwingssymbolen. Deze symbolen dienen naar behoren te
worden bevestigd aan de palen van de schrikdraadinstallatie of de
prikkeldraadafrastering.
De afmetingen van het waarschuwingssymbool dienen minstens 100 mm x 200
mm te bedragen.
De achtergrondkleur van beide zijden van het waarschuwingssymbool dient
geel te zijn. De inscriptie op het bordje dient zwart te zijn en hetzij
– het symbool
– de tekst "OPGEPAST": Elektrische schrikdraadinstallatie" te bevatten.
De inscriptie dient onuitwisbaar en geplaatst te zijn op beide zijden van het
waarschuwingssymbool en dient minstens 25 mm hoog te zijn.
Zorg ervoor
dat alle
voedingsapparaat en zijn aangesloten op de elektrische schrikdraadinstallatie
eenzelfde vorm van isolatie voorzien tussen het stroomcircuit van de
schrikdraadinstallatie en het voedingsapparaat als de generator.
OPMERKING 1 Alle toestellen die voldoen aan de vereisten betreffende de
isolatie tussen het stroomcircuit van de schrikdraadinstallatie en het
voedingsapparaat vermeld in clausules 14, 16 en 29 van de richtlijnen
betreffende generatoren voor elektrische schrikdraadinstallaties, dienen een
goede vorm van isolatie te voorzien.
De installatie dient te worden beschermd tegen weersinvloeden tenzij de
fabrikant van de installatie verklaart dat de installatie geschikt is om buiten te
gebruiken en uitgerust is met een IPX4-bescherming.
hetzij
toestellen
die
worden
aangedreven
door
het