1. Werking met een ontlaster
Als een ontlaster aan de ontvanger is gekoppeld, gaat de verwarming over naar
stoppen tijdens aanvragen voor ontlasting. Wanneer een ontlasting in uitvoering is,
knippert het groene aanduidlampje van de ontvanger langzaam.
2. Betekenis van de aanduidlampjes
Type meldingen
Het GROENE aanduidlampje is vast aan
Het RODE aanduidlampje is vast aan
Het RODE aanduidlampje knippert
langzaam
Het RODE aanduidlampje knippert
snel
Het GROENE aanduidlampje knippert
snel (flitsen)
De 2 aanduidlampjes knipperen
gelijktijdig (flitsen)
Het GROENE aanduidlampje knippert
langzaam
De 2 lampjes knipperen snel
gelijktijdig.
(*) Werking in noodmodus:
- Bij het overschakelen naar de noodmodus, als de regeling van de ontvanger
was uitgeschakeld, blijft deze uitgeschakeld, anders schakelt deze over naar
Vorstbeveiliging in nood.
- In deze noodmodus is een handmatige overbrugging toegestaan door op de knop te
drukken.
Er zijn 3 regelingstypes beschikbaar, die geïdentificeerd zijn door het knipperen van de
aanduidlampjes:
- knippering 1 flits: Uit,
- knippering 2 flitsen: Vorstbeveiliging in nood (verwarmt 15% van de tijd),
- knippering 3 flitsen: Comfort in nood (verwarmt 75% van de tijd), tijdlimiet vastgesteld
op 24u.
U kunt van de ene naar de andere overgaan door kort op de toets te drukken.
3. Modus uitschakeling van de
aanduidlampjes
Deze modus vermindert lichthinder.
Wanneer de functie voor het uitschakelen van de aanduidlampjes actief is:
- Wanneer u spanning geeft (of als de netspanning terugkeert), zijn de aanduidlampjes
actief.
- Als er één minuut lang geen actie op de toets wordt uitgevoerd, dan gaan de
aanduidlampjes uit.
- Met een druk op de toets kunnen de aanduidlampjes gedurende één minuut aan gaan.
De noodmodus en de storing van de stuurdraad worden altijd gesignaleerd.
Om de functie in/uit te schakelen:
> 6s
❶ Houd de toets van de ontvanger gedurende 6 seconden ingedrukt tot het rode
aanduidlampje vast aan gaat. Laat de toets los.
❷ Het aanduidlampje knippert:
1 flits: functie niet actief (aanduidlampjes aan)
2 flitsen: functie actief (aanduidlampjes uit).
Door kort in te drukken, gaat u over van de ene naar de andere.
❸ Door 3 seconden ingedrukt te houden, bevestigt u de keuze en verlaat u de modus.
De aanduidlampjes gaan uit na 1 minuut zonder actie, als u geopteerd hebt om de
functie te activeren.
Betekenis van de aanduidlampjes
Voeding OK.
De ontvanger is in aanvraag verwarming
(uitgang stuurdraad = Comfort).
De ontvanger wacht op koppeling.
Neem contact op met uw installateur.
De ontvanger wacht op ontkoppeling van
een openingsdetector.
Neem contact op met uw installateur.
De ontvanger is niet gekoppeld.
Neem contact op met uw installateur.
- Na een stroomuitval: binnen maximaal 5
minuten opnieuw normaal.
- Als de communicatie met de zender
langer dan een uur wegvalt.
Activeer de zender door op een toets
te drukken. Als het probleem niet
verdwijnt, controleer dan of de zender
niet te ver verwijderd is en of de
installatievoorwaarden zijn nageleefd.
De ontvanger werkt dan in noodmodus (*).
Ontlasting in uitvoering: u overschrijdt het
verbruik dat onderschreven werd in uw
elektriciteitsabonnement. Na een zekere
tijd treedt de ontvanger automatisch
opnieuw in werking.
Als een energiebeheerder eveneens
op de installatie is aangesloten, moet u
controleren of die wel degelijk in modus
Permanent Comfort is.
Storing van de stuurdraad.
Neem contact op met uw installateur.
>3s
... ... ...
...
...
OFF
> 1'
7