2. Haal altijd de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat schoonmaakt of opbergt.
3. Gebruik alleen niet-corrosieve reinigingsmiddelen om het oppervlak te reinigen.
4. Gebruik alleen milde, voedselveilige schoonmaakmiddelen om het apparaat te wassen.
5. Na het reinigen van het apparaat moeten alle onderdelen volledig worden gedroogd alvorens
het opnieuw te gebruiken.
6. Bewaar het toestel op een droge, koele plaats, vrij van vocht en directe blootstelling aan
zonlicht.
7. Spuit het apparaat niet af met een waterstraal en dompel het niet onder in water.
8. Zorg dat er geen water in het apparaat komt via openingen in de behuizing van het apparaat.
9. Het apparaat moet regelmatig worden geïnspecteerd om de technische doeltreffendheid
ervan te controleren en eventuele schade op te sporen.
10. Gebruik voor reinigen een zachte, vochtige doek.
11. Gebruik voor het schoonmaken geen scherpe en/of metalen voorwerpen (bijv. een
staalborstel of een metalen spatel) omdat deze het oppervlaktemateriaal van het apparaat
kunnen beschadigen.
12. Reinig het apparaat niet met een zure substantie, middelen voor medische doeleinden,
verdunners, brandstof, olie of andere chemische stoffen, omdat dit het apparaat kan
beschadigen.
NL