„4" = „Motortiming" (Timing van de aangesloten elektromotor)
Met deze instelmogelijkheid beïnvloedt u de loopeigenschappen van de motor (vergelijkbaar met
de voorontsteking van een verbrandingsmotor).
U heeft de volgende instelmogelijkheden: „Auto" (aanbevolen); 2°, 8°, 15° 22° en 30°.
De motortiming is van veel factoren afhankelijk. Voor een basisinstelling kunt u zich aan de hand
van het aantal polen aan de volgende waarden oriënteren:
Aantal polen van de motor
aanbevolen timing
2-polige motor
0° tot 5°
4-polige motor
5° tot 10°
6 - 8-polige motor
0° tot 15°
10 - 12-polige motor
15° tot 25°
vanaf 14-polige motor
25° tot 30°
Stel binnen de voorgegeven richtwaarden een lage timing (laag aantal graden) in opdat de motor
met betrekking tot de basisinstelling wat meer draaimoment krijgt en minder in de hoogste
toerentallen draait.
Stel een hogere timing (hoger aantal graden) in opdat de motor wat meer maximum toerental en
minder draaimoment krijgt. In beide gevallen veranderen de stroomwaarden. Let daarom ook op
dat de specificaties van de motor en vliegregelaar worden nageleefd. Tijdens het gebruik moet
u ook op de temperaturen van de vermelde onderdelen letten.
Beschikt u niet over de nodige deskundigheid en passende meetinstrumenten, dan raden wij de
instelling „auto" aan. In de instelling „auto" wordt de voor de gebruikte motor optimale instelling
automatisch ingesteld.
„5" = „SBEC Voltage Output" (SBEC-spanning)
In dit menupunt kunt u voor vliegregelaars met „SBEC" de uitgangsspanning van het BEC op
5,0 V, 5,5 V of 6,0 V instellen.
Bij vliegregelaars zonder BEC (vb. type „Opto 120A") of normaal BEC (vb. type „BEC xxA") is dit
menupunt wel aanwezig, maar heeft een wijziging van de programmering echter geen enkel
effect.
„6" = „Governor-Mode" (Governor-modus)
a) Softstart
Programmeert u de „Softstart 1" zal de motor bij het stuursignaal van de zender „Volgas" het
toerental in ca. 8 seconden permanent van 0% (afhankelijk van de geprogrammeerde waarde
van het startkarakteristiek) tot 100% doen stijgen.
Bij „Softstart 2" wordt dit „stijgen" in ca. 18 seconden bereikt.
De functie „Softstart" is aangewezen als u vb. de motor van een elektrische zeilboot op de zender
via de schakelaar wilt besturen.
Als u bij het „stijgen" binnen de 3 eerste seconden vanop de zender van „volgas" naar
„motor uit" regelt, dan is voor de volgende motorstart die binnen de volgende 3
seconden gebeurt, de soft-aanloop uitgeschakeld.
Als de hernieuwde start van de motor meer dan 3 seconden van het laatste
stuursignaal „Motor uit" is verwijderd, dan is de soft-aanloop opnieuw geactiveerd.
b) Governor-modus
Programmeert u de „governor-modus" in uw vliegregelaar, dan wordt de motor bij het stuursignaal
van de zender „volgas" het toerental in ca. 23 seconden ononderbroken van 0% tot 80% van het
maximale toerental stijgen. Hiervoor is het nodig dat u vanop de zender een vaste waarde voor
volgas programmeert (max. 80%).
Bij een geactiveerde Governor-modus wordt bij belastingswijzigingen en onderschrijding van de
voorgegeven gaswaarden op de zender (gasvoorkeuze/pitchcurve) onder de 80% het toerental
bijna constant gehouden.
Ingeval van een hoge belastingswijziging (vb. bij een helikopter wordt de maximale pitch-uitslag
gestuurd) zijn de grenzen van de mogelijke toerentalregeling door de stroomvoercapaciteit van
de accu en het maximale draaimoment van de motor begrensd. Als een van beide mogelijke
parameters wordt overschreden, kan ook de toerentalregeling niet meer voor de volle 100%
functioneren.
De functie „governor-modus" is aangewezen voor helikopters. De „Governor-Mode 1" is voor
motoren met een laag aantal toeren (minder dan 50000 toeren) geschikt. De „Governor-Mode
2" is voor motoren met een hoog aantal toeren (meer dan 50000 toeren) geschikt.
Het aantal toeren wordt als volgt berekend: Aantal polen van motor x KV van motor x nominale
spanning van de accu = aantal turns.
Voorbeeld: 8-polige motor x 1040 KV x 6-cellige Lipo-accu (22,2 V) = 184704 turns.
In dit geval moet „Governor-Mode 2" worden geprogrammeerd.
Het kan gebeuren dat, ondanks een correcte keuze van Governor-Mode 1 of 2, aan de hand van
de behaalde berekening, de vliegregelaar toch niet op het vanop de zender geprogrammeerde
toerental opstijgt. In dit geval moet telkens de andere governor-modus worden geprogrammeerd
en getest.
Als de governor-modus is geprogrammeerd, wordt onafhankelijk van een vroegere programmering
de motorrem gedeactiveerd en het vermogen van de motor bij het bereiken van de onderspanning
teruggeregeld.
Als u bij het „stijgen" binnen de 3 eerste seconden vanop de zender van „volgas" naar „motor uit"
regelt, dan is voor de volgende motorstart die binnen de volgende 3 seconden gebeurt, de soft-
aanloop uitgeschakeld. Als de hernieuwde start van de motor meer dan 3 seconden van het
laatste stuursignaal „Motor uit" is verwijderd, dan is de soft-aanloop opnieuw geactiveerd.
„7" = „Motor Rotation" (motordraairichting)
Met deze functie kunt u zonder de kabels tussen vliegregelaar en motor om te wisselen,
elektronisch de draairichting van de motor veranderen. 1 = normale draairichting, 2 = omgekeerde
draairichting.
„8" = „Start Up Strength" (startkarakteristiek)
Hier stelt u de startkarakteristiek in als u de stuurhendel op de zender van „Motor uit" in de richting
„Volgas" beweegt.
Hoe hoger de ingestelde waarde, hoe hoger het startdraaimoment van de motor. U kunt de
volgende waarden instellen: 1 = 10%; 2 = 15%; 3 = 20%; 4 = 25%; 5 = 30%; 6 = 35%; 7 = 40%;
8 = 45%; 9 = 50%.
De waarden 10% - 20% komen overeen met een zachte aanloop, de waarden 25% tot 35%
komen overeen met een iets hardere aanloop en de waarden 40% tot 50% komen overeen met
een harde aanloop.
„9" = „Low Voltage Cut Off Type" (gedrag bij onderspanning)
Hier kunt u kiezen hoe de vliegregelaar bij een geactiveerde onderspanningsherkenning (zie
menupunt „3") moet reageren.
Selecteert u „Vermindering", dan wordt het vermogen van de motor bij het bereiken van de
onderspanningsgrens teruggenomen. Selecteert u „Uitschakeling", dan wordt de motor bij het
bereiken van de onderspanningsgrens volledig uitgeschakeld.
Afvoer
Elektronische apparaten zijn recyclebare stoffen en horen niet bij het huisvuil!
Als het product niet meer werkt, moet u het volgens de geldende wettelijke bepalingen
voor afvalverwerking inleveren.
Technische gegevens
Voedingsspanning ............... 5 tot 6,3 V/DC
Afmetingen .......................... 70 x 45 x 13 mm
Gewicht ................................ ca. 25 g
Deze gebruiksaanwijzing is een publicatie van de firma Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1,
D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Alle rechten, vertaling inbegrepen, voorbehouden. Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld
fotokopie, microverfilming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, verei-
sen de schriftelijke toestemming van de uitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden.
Deze gebruiksaanwijzing voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen. Wijziging van
techniek en uitrusting voorbehouden.
© Copyright 2013 by Conrad Electronic SE.