Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken

Voorgeschreven Gebruik; Veiligheidsvoorschriften - Modelcraft Pk01 Bedienungsanleitung

Inhaltsverzeichnis
Verfügbare Sprachen

Verfügbare Sprachen

Gebruiksaanwijzing
Versie 01/13
Programmeerkaart „PK01"
Bestelnr. 51 80 12


Voorgeschreven gebruik

Met de programmeerkaart kunnen passende vliegregelaars op een eenvoudige en comfortabele
manier worden geprogrammeerd. Voor welke vliegregelaar de huidige programmeerkaart
geschikt is, vindt u altijd terug op www.conrad.com onder de respectievelijke programmeerkaart
(lijst in het downloadbereik).
Door de vliegregelaar te programmeren kunt u de vliegeigenschappen van uw model aan uw
persoonlijke wensen aanpassen.
Dit product voldoet aan de voorwaarden van de nationale en Europese wetgeving. Alle vermelde
bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de respectievelijke eigenaren. Alle rechten
voorbehouden.

Leveringsomvang
• Programmeerkaart
• Gebruiksaanwijzing


Veiligheidsvoorschriften

Bij schade veroorzaakt door het niet opvolgen van deze gebruiksaanwijzing,
vervalt het recht op garantie! Voor vervolgschade die hieruit ontstaat, zijn wij
niet aansprakelijk!
Voor materiële schade of persoonlijk letsel, veroorzaakt door ondeskundig
gebruik of het niet opvolgen van de veiligheidsaanwijzingen, aanvaarden wij
geen aansprakelijkheid! In zulke gevallen vervalt de garantie.
• Om veiligheids- en keuringsredenen (CE) is het eigenhandig ombouwen en/of wijzigen van het
product niet toegestaan. In het apparaat bevinden zich geen onderdelen die u zelf kunt
onderhouden. Open het dus niet. Hierdoor vervalt bovendien de garantie!
• Het apparaat is geen speelgoed. Houd het buiten bereik van kinderen!
• De programmeerkaart mag niet vochtig of nat worden.
• U mag het verpakkingsmateriaal niet zomaar laten rondslingeren. Dit is gevaarlijk speelgoed
voor kinderen.

Programmering
Met de programmeerkaart kunnen alle mogelijke instellingen van de vliegregelaar heel makkelijk
worden geprogrammeerd.
Aan de voorzijde van de programmeerkaart bevinden zich twee stekkermogelijkheden. De
linkerbus dient voor een externe stroomtoevoer van 5 tot 6,3 V/DC als de te programmeren
vliegregelaar niet over een BEC-systeem beschikt De rechterbus is ontworpen voor de aansluiting
van een vliegregelaar.
Let bij het opnieuw aansluiten op de juiste polariteit. Let hier op de markeringen op de behuizing
van de programmeerkaart.
Ga als volgt te werk om de vliegregelaar te programmeren:
• Koppel de accu los van de vliegregelaar.
• Verbind de servostekker van de vliegregelaar met de programmeerkaart, en let daarbij op de
juiste polariteit van de servostekker (zwart = min/-).
De stroomtoevoer gebeurt in regel door een zogenaamd BEC-systeem dat meestal
in de vliegregelaar is geïntegreerd en de stroomtoevoer van de ontvanger uit de
vliegaccu gebruikt.
Als de te programmeren vliegregelaar niet over een dergelijk BEC-systeem beschikt
dan moet de programmeerkaart bijkomend door een externe spanningsbron van
stroom worden voorzien. Steek hiervoor in de linker aansluitbus van de
programmeerkaart bovenop de servo-stekker van de vliegregelaar een geschikte
ontvangeraccu (5 tot 6,3 V/DC) met de polen in de juiste richting.
Als de programmeerkaart via een externe stroomtoevoer wordt aangedreven, moet
eerst de vliegregelaar en daarna de externe stroomtoevoer worden ingeschakeld. Let
hierbij zowel op de correct polariteit als op de hoogte van de stroomtoevoer (max.
6,3 V/DC).
• Verbind de vliegregelaar met een vliegaccu. De controle-LED en de linker- en
rechterschermindicator van de programmeerkaart lichten op.
Op het linkerdisplay wordt de temperatuurfunctie weergegeven. Op het rechterdisplay wordt
de huidige in de vliegregelaar opgeslagen waarde weergegeven.
• Met de toets „Menu" kunt u de gewenste functie die moet worden gewijzigd, selecteren.
Met de toets „Value" kunt u het reeds geselecteerde menupunt uit het linkerdisplay wijzigen.
In het rechterdisplay verandert de waarde in stijgende lijn telkens u op de toets „Value" drukt.
• Sla met de toets „OK" de nieuw geselecteerde instelling in de vliegregelaar op.
De LED van de programmeerkaart en de LED in de vliegregelaar (indien ingebouwd)
knipperen kort. Een aangesloten motor geeft een controlesignaal weer.
• Wanneer u meer instellingen in andere menupunten wilt uitvoeren, gaat u op dezelfde manier
te werk.
• Ontkoppel de vliegaccu opnieuw van de vliegregelaar nadat u alle instellingen hebt uitgevoerd
en opgeslagen.
Ontkoppel de servostekker van de vliegregelaar van de programmeerkaart en sluit de stekker
opnieuw aan de hiervoor voorziene ontvangerstekkerplaats (let op de juiste polariteit) aan.
Uw model is nu gebruiksklaar met een nieuw-geprogrammeerde vliegregelaar.
Vliegregelaar resetten
Met de toets „Reset" van de programmeerkaart kunt u de vliegregelaar naar de basisinstelling
terugzetten.
Om een reset te kunnen uitvoeren moet u eerst de accu aan de vliegregelaar aansluiten. Daarna
houdt u de toets „Reset" op de programmeerkaart ingedrukt.
Pas nu sluit u de servostekker van de vliegregelaar aan de rechterbus van de programmeerkaart
aan.
Wacht tot de controle-LED en de beide displays van de programmeerkaart oplichten. Laat de
toets „Reset" nu los.
De fabrieksinstelling is na het knipperen van de controle-LED en een controlesignaal (gebeurt
via een aangesloten motor) opnieuw worden gemaakt.
Als de vliegregelaar via de programmeerkaart naar de fabrieksinstelling wordt
teruggezet, worden de volgende waarden ingesteld:
Motorrem: Uit
Accutype: LiPo
Onderspanningsherkenning: 3,0 V/LiPo-cel (= 60%) resp. ca. 0,75 V/cel bij NiCd/
NiMH-accu's)
Motortiming: „Auto"
BEC-spanning: 5 V (uitsluitend bij SBEC-types)
Governor-modus: Uit
Draairichting: Normaal
Startpower: 30%
Onderspanningsherkenning: vermogensverlaging
De volgende functies, resp. menupunten kunnen aan de programmeerkaart worden
geselecteerd:
„1" = „Brake Type" (rem)
Als de rem op „uit" is geprogrammeerd, draait de motor ongeremd uit nadat het gas is
weggenomen (motor uit). Stel een rem in (zwak, mediumsterk, sterk) en de motor wordt nadat
het gas is weggenomen (motor uit) bijkomend elektronisch geremd. Deze functie wordt
aanbevolen voor scharnierschroeven.
„2" = „Battery Type" (accutype)
Onafhankelijk van de instelling van het accu-type (NiCd/NiMH, LiPof LiFe) wordt het aangesloten
cellenaantal automatisch bepaald (een volle accu is vereist).
Om schadelijke diepontladingen van de accu te vermijden, wordt bij een geprogrammeerde
onderspanningsherkenning passend bij het cellenaantal en het accutype tijdig het vermogen van
de motor verminderd of de motor uitgeschakeld (karakteristiek is programmeerbaar, zie punt „9"
= Low Voltage Cut Off Type" (gedrag bij onderspanning)".
Als u het accutype „NiCd/NiMH" selecteert, is als fabrieksinstelling de onderspanningsherkenning
op „0,75 V/cel" gezet. Bij „LiPo" en „LiFe" is het 3,0 V/cel.
De onderspanningsherkenning kunt u in het volgende menupunt „3" definiëren of uitschakelen.
„3" = „Cut Off Voltage Threshold" (Onderspanningsherkenning)
In dit menupunt kunt u de onderspanningsherkenning uitschakelen (aanbevolen bij helikopters)
of de onderspanningsherkenning concreet definiëren. Voor NiCd/NiMH raden wij 0,8 V/cel, voor
LiPo 3,2 V/cel en voor LiFe 3,0 V/cel aan.
U heeft de volgende instelmogelijkheden:
1 = 2,8 V/cel (50% resp. ca. 0,6V/ cel bij NiCd/NiMH)
2 = 3,0 V/cel (60% resp. ca. 0,75V/ cel bij NiCd/NiMH)
3 = 3,2 V/cel (65% resp. ca. 0,8 V/ cel bij NiCd/NiMH)
4 = onderspanningsherkenning gedeactiveerd
Inhaltsverzeichnis
loading

Diese Anleitung auch für:

518012

Inhaltsverzeichnis