OXIMO 40 WF IN RTS
2.3.7. Aanpassen van de eindpunten (voor de vaste eindpunten)
1
Bijstellen van het bovenste eindpunt
1) Druk op de Op toets om het gemotoriseerde systeem
naar het bij te stellen eindpunt te verplaatsen.
2) Druk tegelijk op de Op en Neer toetsen tot het
gemotoriseerde systeem op en neer beweegt.
3) Druk op de Op of Neer toets om het gemotoriseerde
systeem naar de gewenste nieuwe positie te verplaatsen.
4) Druk op de my toets tot het gemotoriseerde systeem
op en neer gaat om het nieuwe eindpunt te bevestigen.
2
Bijstellen van het onderste eindpunt
1) Druk op de Neer toets om het gemotoriseerde systeem
naar het bij te stellen eindpunt te verplaatsen.
2) Druk tegelijk op de Op en Neer toetsen tot het
gemotoriseerde systeem op en neer beweegt.
3) Druk op de Op of Neer toets om het gemotoriseerde
systeem naar de gewenste nieuwe positie te verplaatsen.
4) Druk op de my toets tot het gemotoriseerde systeem
op en neer gaat om het nieuwe eindpunt te bevestigen.
2.3.8. Wijzigen van de draairichting
1) Zet het gemotoriseerde systeem halverwege.
2) Druk tegelijk op de Op en Neer toetsen tot het
gemotoriseerde systeem op en neer beweegt.
3) Druk op de my toets van het bedieningspunt totdat
het gemotoriseerde systeem een snelle op- en
neerbeweging maakt: de draairichting is gewijzigd.
4) Druk op de toets Op om de draairichting te controleren.
2.4. TIPS EN ADVIEZEN VOOR DE INSTALLATIE
2.4.1. Vragen over het product?
Problemen
De aansluiting is niet correct.
De batterij van het
Het
bedieningspunt is leeg.
gemotoriseerd
Het bedieningspunt is niet
systeem werkt
compatibel.
niet.
Het gebruikte bedieningspunt
is niet in de motor
geprogrammeerd.
Het
gemotoriseerd
systeem reageert
Het gemotoriseerd systeem is
niet op het
niet ingesteld.
activerings-
commando.
©
Copyright
2024 - 2025 SOMFY ACTIVITES SA, Société Anonyme. All rights reserved.
Mogelijke oorzaken
1)
3)
1)
3)
1)
3)
Oplossingen
Controleer de aansluiting en wijzig deze indien
nodig.
Controleer of de batterij leeg is en vervang deze
indien nodig.
Controleer de compatibiliteit en vervang het
bedieningspunt indien nodig.
Gebruik een bedieningspunt dat geprogrammeerd
is of programmeer dit bedieningspunt.
Ga verder met het in bedrijf stellen (zie "2.3. In
bedrijf stellen", pagina 32).
NL
2)
4)
2)
4)
2)
4)
9