Plaats de inbussleutel (19) in de opening van de klemschroef (8) van het zaagblad.
Blokkeer de buitenste flensmoer met de pensleutel en draai de klemschroef (8) van het
zaagblad los.
Zodra u de klemschroef van het zaagblad (8) en de buitenste flens (7) verwijderd hebt,
duwt u de onderste beschermkap (9) naar achter en verwijdert u voorzichtig het zaagblad
(11).
Om een nieuw blad te monteren, voert u de bovenstaande handelingen in omgekeerde
volgorde uit. Let daarbij op dat de montageoppervlakken die met het zaagblad in contact
komen proper zijn.
7.2
Instellen van de zaagdiepte (Fig. 2)
Zet de instelschroef voor de zaagdiepte (17) los.
Hou de voet van het toestel volledig vlak tegen de kant van het werkstuk en breng het
zaaglichaam naar boven totdat het blad op de gewenste diepte staat die bepaald wordt
door de dieptemaat.
Zet de instelschroef voor de zaagdiepte (17) terug vast.
7.3
Instellen van de verstekhoek (Fig. 3)
De verstekhoek is traploos instelbaar tussen 0° en 45°.
Zet de vergrendelknop van de hoekinstelling (3) los.
Kantel de voet naar de gewenste hoek tussen 0° en 45°.
Zet de vergrendelknop van de hoekinstelling opnieuw vast.
7.4
Monteren van de parallelgeleider
Met de parallelgeleider kunt u tot 10 cm parallel aan een rand zagen.
Zet de vergrendelknop van de kantgeleider los.
Schuif de kantgeleider doorheen de openingen in de voet van het toestel en stel hem in op
de gewenste lengte.
Zet de vergrendelknop vast om de kantgeleider op zijn plaats vast te zetten.
Zorg ervoor dat de kantgeleider over zijn gehele lengte tegen het hout rust om consistente
parallelsneden te bekomen.
8 BEDIENING
8.1
In- en uitschakelen
Om de cirkelzaag in te schakelen, duwt u de ontgrendelingsknop (14) in en drukt u op de
aan/uit-trekkerschakelaar (13).
Om de machine uit te schakelen, laat u de aan/uit-schakelaar (13) los.
8.2
Algemeen zaagwerk
Hou bij het starten altijd met een hand de hoofdhandgreep en met de andere hand de
hulphandgreep (5) vast. Forceer de zaag nooit maar bewaar een lichte en continue druk.
Laat na het zagen de zaag volledig tot stilstand komen. Wanneer het zagen werd
onderbroken, kunt u het werk verderzetten door het zaagblad op volle snelheid te laten
komen en langzaam opnieuw in de zaagsnede te gaan.
Wanneer u dwars t.o.v. de vezels zaagt, hebben deze de neiging los te komen en te
scheuren. De zaag traag bewegen, verkleint dit effect.
8.3
Uitsneden zagen
Haal de stekker uit het stopcontact vóór u instellingen wijzigt. Stel de diepteregeling in
volgens de breedte van de tekening. Til de onderste beschermkap op m.b.v. haar hendel.
Hou het zaagblad net boven het te zagen materiaal, start de zaag en laat het zaagblad op
volle snelheid komen. Laat geleidelijk het zaagblad in het materiaal neer door de voorkant
van de voetplaat als scharnierpunt te gebruiken. Wanneer het zaagblad begint te zagen,
laat dan de beschermkap neer. Wanneer de voetplaat vlak op het te zagen materiaal
staat, zaag dan verder voorwaarts tot het einde van de zaagsnede. Laat het zaagblad
Copyright © 2025 VARO
POWC2020
P a g i n a
| 7
NL
www.varo.com