5. OVERZICHT
Zie bladzijde 2.
1 Extra beugel-handgreep*
2 Vleugelschroeven van de extra beugelhandgreep*
3 Vergrendelschijven van de extra beugelhandgreep*
4 Schroefgaten van de aandrijfkast
5 Tweegaatssleutel
6 Spanmoer
7 Diamantkomschijf *
8 Steunflens
9 Spindel
10 Verende Borstelkrans
11 Spindelvastzetknop
12 Afzuigaansluiting
13 Segment voor het oplappen (voor werken nabij wanden)
14 Beschermkap
15 Elektronische signaalindicatie
16 Stelknop voor de toerentalinstelling
17 Drukschakelaar (voor het in-/uitschakelen) *
18 Handgreep
* afhankelijk van de uitrusting/niet in de leveringsomvang
6. INGEBRUIKNEMING
Controleer alvorens het apparaat in gebruik te
nemen of de op het typeplaatje aangegeven
netspanning en netfrequentie overeenkomen met de
gegevens van het elektriciteitsnet.
Schakel altijd een lekstroomschakelaar (RCD) met
een max. schakelstroomsterkte van 30 mA voor de
machine.
6.1 Extra beugel-handgreep aanbrengen
Alleen met de gemonteerde extra beugelhandgreep
(1) werken! De extra beugelhandgreep zoals aange-
geven monteren (zie afbeelding A, pagina 2).
• Vergrendelschijven (3) links en rechts op de aandrijfkast
plaatsen.
• Extra beugel-handgreep (1) aan de aandrijfkast aan-
brengen.
• Vleugelschroeven (2) links en rechts in de extra beugel-
handgreep (1) steken en licht vastschroeven.
• Gewenste hoek van de extra beugel-handgreep (1)
instellen.
• Vleugelschroeven (2) links en rechts stevig met de hand
vastdraaien.
6.2 Stofafzuiging
Alleen met geschikte stofafzuiging werken:
Een zuiger (van klasse M) op de afzuigaansluiting
(12) aansluiten. Gebruik de aansluitmof 6.30796 voor een
optimale afzuiging. Wij raden het gebruik aan van een
antistatische afzuigslang Ø 35 mm.
7. INZETGEREEDSCHAP AANBRENGEN
Voor alle ombouwwerkzaamheden: de netstekker uit het
stopcontact halen. De machine moet uitgeschakeld zijn en
de spindel moet stilstaan.
7.1 Spil vastzetten
Spindelvastzetknop (11) alleen bij stilstaande
spindel indrukken!
De spindelvastzetknop (11) indrukken en de spindel (9)
met de hand draaien tot de spindelvastzetknop merkbaar
inklikt.
7.2 Diamantkomschijf aanbrengen/afnemen
Zie pagina 2, afbeelding B.
Aanbrengen:
• De steunflens (8) op de spindel (9) plaatsen. Deze is op
de juiste wijze aangebracht als hij niet op de spindel
sgedraaid kan worden.
• De diamantkomschijf (7) op de steunflens (8) leggen.
Deze dient gelijkmatig op de steunflens te liggen.
• De 2 kanten van de spanmoer (6) zijn verschillend. De
spanmoer zo op de spindel schroeven, dat de kraag van
de spanmoer (6) naar boven wijst.
• Spindel vastzetten (zie hoofdstuk 7.1). De spanmoer (6)
m.b.v. de tweegaatssleutel (5) met de wijzers van de klok
mee vastzetten.
Afnemen:
• Spindel vastzetten (zie hoofdstuk 7.1). De spanmoer (6)
met de tweegaatssleutel (5) tegen de wijzers van de klok
in afschroeven.
8. GEBRUIK
8.1 Werken nabij wanden
Voor het open en dicht klappen: de machine
uitschakelen, stekker uit het stopcontact
trekken. Het inzetgereedschap mag niet meer
bewegen.
Alleen voor het werken nabij wanden het segment
(13) omhoogklappen. Voor alle andere werkzaam-
heden moet het segment omlaag zijn geklapt.
Het geopende gedeelte van de beschermkap moet in de
richting van de wand wijzen.
8.2 Toerental instellen
Afhankelijk van de toepassing het optimale toerental instel-
len met de stelknop (16). Voor de meeste toepassingen is
een stelknopstand tussen 4 en 6 geschikt.
8.3 In-/uitschakelen
De machine altijd met beide handen geleiden.
7