6 Bedieningselementen
2 3 4
1
5
6
1 Sluiting behuizing: Om de printer te
openen, duwt u de hendel omhoog en tilt
u de behuizing op.
2 LED groen: Bij inschakelen van de printer
altijd ingeschakeld.
3 LED geel: Altijd aan wanneer de USB-lijn
is aangesloten.
4 LED rood: Knippert wanneer er een fout is
opgetreden tijdens het afdrukken of
wanneer de printer op het punt staat te
7 Ingebruikname
7.1 Kleurencassette installeren
b1
Open de printer door de vergrendelingshendel (1) omhoog te duwen en de printerbehuizing
op te tillen.
Plaats de kleurencassette zoals afgebeeld in de printer.
Knijp de clips (b2) aan beide zijden van de cassette in wanneer u het lint plaatst.
Controleer na het plaatsen van het lint of de twee clips (b2) goed vastzitten.
Trek na installatie het lint strak door de bovenste rol (b1) met de hand in de richting van
de pijl te draaien.
7.2 Krimpkous installeren
Bouw de krimpkous-afroller in zoals aangegeven in de afbeelding.
7
8
9
worden uitgeschakeld.
5 Aan-/uitknop: Printer in-/uitschakelen.
6 Uitvoer krimpkous
7 Invoer krimpkous.
8 USB-aansluiting: Gegevensverbinding
tussen printer en computer.
9 Stroomvoorziening: Aansluiting voor de
netvoeding.
b2
Open de printer door de vergrendelingshendel (1) omhoog te duwen en de printerbehuizing
op te tillen.
Stel de geleiderails (a2) af op de breedte van de krimpkous. Draai hiervoor beide schroeven
(a1) met de hand los en stel de geleiding zo af, dat de krimpkous schoon en soepel wordt
geleid.
Leg de krimpkous van achteren (7) in de printer en leid deze naar voren zoals aangegeven
in de afbeelding.
Draai de twee schroeven (a1) van de geleider weer lichtjes met de hand vast zodat de
geleider vergrendeld wordt.
Sluit de behuizing, deze moet hoorbaar op zijn plaats klikken.
7.3 Netvoeding aansluiten
Sluit de kabel van het koude apparaat aan op de netvoeding.
Sluit de laagspanningsverbinder (kleine ronde stekker) aan op de printer (9).
Sluit de kabel van het koude apparaat aan op de 230 V-stroomvoorziening.
7.4 Het apparaat aan-/uitzetten
Inschakelen: Druk op de „Aan-/uitknop" (5).
Uitschakelen: Houd de „Aan-/uitknop" (5) ingedrukt totdat de rode LED (4) stopt met knip-
peren.
7.5 USB-lijn aansluiten
Sluit de printer (8) aan met de meegeleverde USB-kabel.
Sluit de printer pas aan op de computer als de software is geïnstalleerd, anders
kunnen er problemen zijn met de installatie van het stuurprogramma!
7.6 Software-installatie
Klik met de rechtermuisknop op het installatiebestand met de aanduiding
„29501C22_software.exe" en selecteer „Als administrator uitvoeren".
Installeer de software. Volg alle instructies.
Let op:
Aangezien het stuurprogramma door de printerfabrikant is ondertekend, wordt de ge-
bruikersaccountcontrolevraag in Windows helaas alleen in Chinees schrift weergegeven.
2
a1
a2