~
Texas lnstruments
Het opcode-gebied bevat de bewerkingscode van de taak die door de broninstructie uitgevoerd
moet worden. Het gebied bestaat uit een tot maximaal vier alfabetische tekens, bijvoorbeeld A
voor Add of AORG voor de Absolute Origin instructie, gevolgd door een enkele spatie.
Het operand-gebied bevat een of twee operands, al naar gelang de vereiste voor de bepaalde
instructie. Merk op dat het operand-gebied geen spaties bevat en dat meerdere operands door
komma's gescheiden worden. Het operand-gebied wordt afgesloten door op de spatiebalk te
drukken (de loper gaat verdernaar het opmerking-gebied) of op ENTER (geeft het eind van de regel
aan). Wanneer een instructie geen operand heeft, wordt het operand-gebied weggelaten.
Het opmerking-gebied kan, indien gebruikt, elk teken bevatten en loopt tot u ENTER indrukt om de
regel te voltooien.
Voorbeelden:
x:,r
MOV R1,
VP
Z SR1, R2
Sla R1 in VP op
Bereken het verschil
De regel-voor-regel assembler predefinieert bepaalde symbolen. Wanneer een operand een dollar-
teken($) bevat als eerste teken, dan betekent dit dat verwezen wordt naar de inhoud van de locatie-
teller. Bij locatie> 7000, bijvoorbeeld, zijn de instructies
JMP$+8
en
JMP>
7
DOS equivalent. Bij het geven van registeroperands kunt u het symbool R ge-
bruiken, gevolgd door een decimaal getal.
en
zijn equivalent.
MOVR1, R15
MOV1, 15
N.B.: Het default getallen systeem voor de regel-voor-regel assembler is decimaal; hexadecimale
getallen worden aangeduid door het groter dan
(>)
voorvoegsel.
30