8.4 Olie verversen en oliepeil (vóór gebruik
van de machine ) controleren (Afbeelding 8-10)
De motorolie kan het best worden vervangen
wanneer de motor op bedrijfstemperatuur is.
- Alleen motorolie (15W40/<0 oC: 5W30)
gebruiken.
- Plaats de trilplaat op een iets schuin aflopende
ondergrond zodanig dat de olieaftapplug zich in
het onderste deel bevindt.
- Open de olievulplug (9).
- Open de olieaftapplug (8) en laat de warme
motorolie in een opvangbak lopen.
- Nadat de oude olie uit het oliecarter is gelopen
draait u de olieaftapplug dicht en plaatst u de
trilplaat weer op een vlakke ondergrond.
- Vul motorolie bij tot aan het bovenste merkteken
van de peilstok.
- Belangrijk: Draai de oliepeilstok voor het
controleren van het oliepeil niet in de buis maar
steek hem er tot aan de schroefdraad in.
- Voer de oude olie volgens de voorschriften af.
8.5 Automatische uitschakeling bij te laag
oliepeil
Deze automatische uitschakeling (10) wordt
bekrachtigd wanneer er te weinig olie in de motor
is. In dat geval kan de motor niet worden gestart
of schakelt hij na korte tijd automatisch uit. De
motor kan pas weer worden gestart wanneer olie
is bijgevuld (zie 8.4).
9. Verwijdering en recycling
De verpakking beschermt het apparaat tegen
transportschade. De verpakking bestaat uit een
waardevolle grondstoffen die hergebruikt en
gerecycled moeten worden.
Het apparaat en de accessoires zijn gemaakt van
verschillende materialen, zoals metaal en plastic.
Defecte onderdelen moeten als gevaarlijk afval
worden weggegooid. Win informatie in bij uw
dealer of uw gemeenteraad.
38
10. Transport
Er moet aan de volgende vereisten zijn voldaan:
• Generator uitgeschakeld
• Generator afgekoeld
• Brandstofkraan (14) in de UIT-stand
• Ten minste één persoon per transporthendel (18)
LET OP! Als het apparaat u uit de
handen glijdt en valt, kunnen handen
en voeten gekneusd raken.
Draag de generator aan de transporthendels:
• Til de generator gelijkmatig op.
• Draag de generator naar de plaats van gebruik.
• Laat de generator gelijkmatig zakken.
Verplaats generator met wielen (15) en
transporthendel (18):
• Breng wielen en transporthendels aan (zie
hoofdstuk 6.1 en 6.3).
• De generator kan gemakkelijk worden verplaatst
door de transporthendel (18) op te tillen.