Instructies voor gebruik
De rolstoel kan met de hand worden voortbewogen door
de gebruiker of een begeleider.
Als de gebruiker de rolstoel voortbeweegt, moeten de ho-
epels op de achterwielen worden gebruikt. De gebruiker
kan de rolstoel afremmen door met de handen druk uit
te oefenen op de hoepels. De gebruiker mag de rolstoel
niet voortbewegen in omgevingen waar hij/zij de rolstoel
niet snel en gemakkelijk tot stilstand kan brengen.
Als een begeleider de rolstoel voortbeweegt, moeten de
duwgrepen worden gebruikt.
Remmen
De rolstoel is uitgerust met parkeerremmen links en
rechts.
Als u de remmen wilt bedienen, drukt u de remgreep
omlaag (zie blauwe pijl).
Als u de remmen wilt ontgrendelen, trekt u de remgreep
omhoog (zie witte pijl).
Rem voor begeleider slechts 12,5 "-versie.
Gebruik van de antikiep hulp (afbeelding A)
Gebruik de stapstang om de zwenkwielen voor op te
heffen (bijvoorbeeld wanneer u een stoeprand oprijdt). U
gebruikt de stapstang door er met één voet op te drukken.
Waarschuwing:
Hef de zwenkwielen voor niet op door de duwstangen
omlaag te drukken, want hierdoor kunt u de rolstoel
beschadigen.
Een stoeprand oprijden:
Rijd recht op de stoeprand af. De begeleider gebruikt
de stapstang om de zwenkwielen voor op te heffen en
laat de zwenkwielen op de stoep zakken. Tot slot duwt
de begeleider de rolstoel naar voren en tilt deze indien
nodig een klein beetje op om de stoep op te rijden.
A
Een stoeprand afrijden:
Plaats de zwenkwielen op de stoeprand. De begeleider
gebruikt de stapstang om de zwenkwielen voor op te
heffen en laat de gebruiker iets naar achteren kantelen.
Met opgeheven zwenkwielen wordt de rolstoel langzaam
van de stoeprand gereden.
Waarschuwing:
Hef de zwenkwielen voor niet op door de duwstangen
omlaag te drukken, want hierdoor kunt u de rolstoel
beschadigen.
Gebruik van de rolstoel in een auto
De rolstoelgebruiker moet overstappen naar een normale
autostoel en de rolstoel moet veilig worden opgeborgen.
De rolstoel is niet ontworpen voor gebruik als stoel in een
motorvoertuig. Als de bovenstaande instructies niet in
acht worden genomen, kan letsel ontstaan.
Bandenspanning en oppompen
De D-Lite-rolstoel wordt geleverd met massieve banden
op de voor- en achterwielen, dus de bandenspanning
hoeft niet te worden gecontroleerd.
Verzorging en onderhoud
Voordat de rolstoel wordt gebruikt, moeten altijd de
remmen worden gecontroleerd.
De rolstoel moet worden opgeborgen in een droge
omgeving, niet in direct zonlicht. De rolstoel kan in de
opgevouwen stand worden opgeborgen.
De rolstoel moet schoon en stofvrij worden gehouden.
De stoel kan worden afgenomen met een stoffer of een
vochtige doek.
Bij de rolstoel wordt een pakket hulpmiddelen voor
eenvoudig onderhoud en normale afstelling geleverd.
De gebruiker dient routinecontroles van het volgende uit
te voeren. Wij bevelen aan dat een Drive Medical-dealer
de rolstoel jaarlijks een onderhoudsbeurt geeft, waarbij
de volgende items indien nodig worden gerepareerd,
vervangen, afgesteld en/of gesmeerd.
• Bandenslijtage
• Wiellagers
• Zwenkwielen
• Remmen
• Vergrendelmechanisme van beensteun
• Bekleding van zitting
• Bekleding van rugleuning
• Armkussens
• Armsteunmechanismen
• Snelontgrendelingspen van achterwiel
• Afstelling van de anti-kantelstang
• Midden-opvouwmechanisme
• Achterstijlen
• Rolstoel (opvouwen)
NL
13