NL
4. DE REMMEN GEBRUIKEN
Achterwielrem - Als u wilt vertragen of stoppen, schuift u één voet naar achteren en drukt u
geleidelijk op de rem.
Opmerking: terwijl u de rem indrukt, moet u het stuur met beide handen vasthouden.
Stuurrem - Om te vertragen of te stoppen, knijpt u voorzichtig met uw hele hand in de
remhendel.
LET OP: Vermijd het hard indrukken van de hendel om te voorkomen dat de wielen blokkeren.
LET OP! CONTROLEER NA ELKE HANDELING OF DE BEVESTIGING VEILIG IS!
WAARSCHUWING! DIT PRODUCT MOET MET EXTRA VOORZICHTIGHEID WORDEN GEBRUIKT,
AANGEZIEN HET EVENWICHTSVERMOGEN VEREIST. DIT VOORKOMT VALpartijen OF
BOTSINGEN DIE LETSEL KUNNEN VEROORZAKEN AAN ZOWEL DE BERIJDER ALS ANDERE
PERSONEN.
Wanneer u de step voor het eerst gebruikt, begin dan op een plek zonder andere verkeersdeelnemers of leer
onder begeleiding en hulp van een andere persoon.
LET OP! PLOTSELINGE BEWEGINGEN OF DRAAIEN VAN HET LICHAAM KUNNEN LEIDEN TOT VERLIES VAN
EVENWICHT EN CONTROLE OVER DE SCOOTER!
BELANGRIJK! Leer hoe u uw evenwicht kunt bewaren voordat u op de step gaat rijden!
•
Pak de handgrepen met beide handen vast, plaats één voet op het platform en de andere op de grond.
•
Kijk goed om je heen en zorg ervoor dat de omgeving (waar je gaat rijden) vrij is van mensen en
voorwerpen.
•
Duw jezelf met één voet af om de step in beweging te brengen.
•
Herhaal bovenstaande handeling (afzetten met uw voet) om in beweging te blijven.
•
Draai het stuur naar links of rechts om naar links of rechts te draaien.
•
Om te stoppen of te vertragen, drukt u geleidelijk op de rem boven het achterwiel met de hiel van één
voet of plaatst u de voet waarmee u afzet op de grond.
BELANGRIJK! Als u te ver naar links of rechts leunt, kunt u de step omverrijden en vallen!
BELANGRIJK! De rem wordt warm tijdens het gebruik! Raak de rem en het achterwiel niet direct na het
remmen aan!
BELANGRIJK! Leer uw kind hoe het op de step moet rijden en zorg ervoor dat het de bediening onder de knie
heeft voordat u het laat rijden!
•
Controleer regelmatig de staat van de afzonderlijke onderdelen.
•
Giet geen vloeistoffen op het product. Reinig het met een zachte doek die is bevochtigd met water of een
neutraal vloeibaar reinigingsmiddel.
•
Reinig niet met agressieve reinigingsmiddelen die schurende deeltjes, ammoniak, bleekmiddel of alcohol
bevatten.
•
Smeer de draaiende onderdelen regelmatig.
•
Niet gebruiken op zanderig terrein.
•
Bewaar het product op een schone en droge plaats. Stel het product niet bloot aan directe
omgevingsinvloeden zoals zon, regen, vocht of plotselinge temperatuurschommelingen!
•
Droog het product altijd grondig af voordat u het opbergt of opnieuw gebruikt. Als het product in een
vochtige omgeving wordt opgeslagen, kan er schimmel ontstaan.
•
Als u problemen ondervindt bij normaal gebruik, neem dan contact op met een erkend servicecentrum
voor advies of reparatie.
INSTRUCTIES VOOR VEILIG GEBRUIK
PREVENTIE- EN ONDERHOUDSINSTRUCTIES