Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken
Inhaltsverzeichnis
Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 1
3.2.2 Weerstandsmeting
Koppel het stroomcircuit los van de spanningsvoorziening en ontlaad alle hoog-
spanningscondensatoren voor u weerstandsmetingen uitvoert, om stroomschokken
of beschadigingen aan het apparaat te voorkomen.
Een weerstand belemmert de doorgang van elektrische stroom. De weerstands-
bereiken van het meetgereedschap zijn 400,0 Ω, 4,000 kΩ, 40,00 kΩ, 400,0 kΩ en
4,000 MΩ en 40,00 MΩ.
Zo meet u de weerstand:
1. Zet de draaischakelaar in de stand
2. Verbind de zwarte en de rode meetkabel met resp. de aansluiting COM en Ω.
3. Verbind de meetkabels met het meetcircuit en lees de aangegeven waarde af.
Enkele instructies voor het meten van weerstanden:
De voor een weerstand in een stroomcircuit gemeten waarde wijkt vaak af van de
nominale waarde van de weerstand. Dit ligt er aan dat de door het apparaat gemeten
stroom door alle mogelijke doorgangen tussen de meetpunten vloeit.
Voor een zo hoog mogelijke nauwkeurigheid bij het meten van lage weerstanden sluit
u de meetkabels voor de meting kort en noteert u de weerstand van de meetsondes.
Hier kunt u de weerstand van de meetkabels aftrekken.
In het bereik 40MΩ kan het enkele seconden duren, tot het meetgereedschap een
stabiele meetwaarde aangeeft. Dat is normaal bij het meten van hoge weerstanden.
Als de ingang niet is aangesloten, oftewel bij een open stroomcircuit, wordt vanwege
overschrijding van het bereik "OL" aangegeven.

3.2.3 Diodentest

Koppel het stroomcircuit los van de spanningsvoorziening en ontlaad alle hoog-
spanningscondensatoren voor u diodentesten uitvoert, om stroomschokken of
beschadigingen aan het apparaat te voorkomen.
Gebruik de diodentest om dioden en andere halfgeleiderelementen te testen. Bij de
diodentest wordt een stroom door de halfgeleiderovergang gestuurd en de spanningsval
in de overgang gemeten. Een goede siliciumovergang levert een spanningsval op van
tussen 0,5 en 0,8 V.
Zo test u een diode in een stroomcircuit:
1. Zet de draaischakelaar in de stand
2. Druk één keer op de "FUNC" knop om de diodentest te activeren.
3. Verbind de zwarte en de rode meetkabel met resp. de aansluiting COM en
4. Voor het meten van de doorlaatspanning bij een willekeurig halfgeleiderelement plaatst
u de rode meetkabel op de anode van het element en de zwarte op de kathode.
5. Het meetgereedschap geeft de doorlaatspanning van de diode bij benadering aan.
Als de meetkabels omgekeerd aangesloten worden, wordt slechts "OL" aangegeven.
In een stroomcircuit dient een goede diode nog een meetwaarde van 0,5 tot 0,8V voor de
doorlaatspanning te geven. Niettemin kan de meetwaarde voor de sperspanning afhankelijk
van de weerstand van andere leidingen tussen de meetpunten variëren.
.
.
.
Inhaltsverzeichnis
loading

Inhaltsverzeichnis